Conclusie
[verdachte]
middelklaagt over een tussenuitspraak aangaande de voorlopige hechtenis.
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden verdachte veroordeeld voor afpersing en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, met een gevangenisstraf van 30 maanden en een schadevergoedingsmaatregel. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen een tussenuitspraak over zijn voorlopige hechtenis.
De Hoge Raad overweegt dat het belang van verdachte bij het cassatieberoep niet evident is, omdat niet is gesteld of verdachte nog in voorlopige hechtenis is. Tevens ontbreekt een vereiste toelichting over het belang van het cassatieberoep en het belang bij vernietiging van het bestreden arrest.
De Hoge Raad benadrukt dat hij in beginsel niet oordeelt over voorlopige hechtenis, omdat daartegen alleen hoger beroep openstaat. Alleen bij klachten over tussen- of nevenuitspraak kan de Hoge Raad zich uitlaten, mits het belang voor de praktijk aanwezig is. Dit belang ontbreekt hier.
Verder licht de Hoge Raad toe dat het bevel voorlopige hechtenis van de rechtbank blijft gelden zolang het hof binnen de wettelijke termijn het onderzoek aanvangt en dat het hof periodiek toetst. De stelling van verdachte dat art. 75 Sv Pro een nieuwe beslissing over voorlopige hechtenis vereist, wordt niet gevolgd.
De conclusie van de Procureur-Generaal is om het cassatieberoep te verwerpen wegens gebrek aan belang en onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens ontbreken van belang en onvoldoende onderbouwing.