Conclusie
eerste middelklaagt kennelijk over de motivering van de verwerping van een beroep op noodweer. De weerlegging van het verweer berust op puur feitelijke grond en is niet onbegrijpelijk. Dat thans in cassatie nog wordt betoogd dat het Hof nader onderzoek had kunnen doen naar de aard van de verwondingen van verdachte doet daar niet aan af. Het
tweede middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring van poging tot doodslag. Er zou niet vaststaan in welke richting en welke kracht is gestoken zodat het Hof niet kon concluderen dat er een aanmerkelijke kans was op de dood door verwonding met het mes. Ik volsta met een citaat uit bewijsmiddel 4: “[verdachte] (verdachte; PV) werd boos en wierp zich met een stekende beweging met een mes op [slachtoffer] (het slachtoffer; PV).” Deze middelen zijn kansloos en bij die stand van zaken heeft verdachte geen belang bij het
derde middeldat klaagt over schending van de redelijk termijn in cassatie.