Conclusie
(i) de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep terzake van het in zaak B (parketnummer 15-669736-07) tenlastegelegde;
Parket bij de Hoge Raad
Het Gerechtshof Amsterdam heeft in een arrest van 7 november 2012 verzoekster veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden wegens het voorhanden hebben van een vervalst rijbewijs en medeplegen van het voorhanden hebben van munitiehouders, munitie en vuurwapens. Tevens werd de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Verzoekster stelde tijdig cassatieberoep in tegen dit arrest. Hoewel de aanzegging van het cassatieberoep geldig is betekend, zijn er geen middelen van cassatie ingediend door een raadsman binnen de in artikel 437, tweede lid, Sv gestelde termijn van twee maanden na betekening van de aanzegging.
De Hoge Raad oordeelt dat op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen deze termijn een schriftuur houdende middelen van cassatie moet worden ingediend. Nu dit niet is gebeurd, wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep. Deze conclusie wordt gegeven door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.