ECLI:NL:PHR:2014:2898

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2014
Publicatiedatum
17 februari 2015
Zaaknummer
14/01505
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 1 lid 3 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs bestuurder bij snelheidsovertreding

De verdachte werd door het hof Den Haag veroordeeld voor het overschrijden van de maximumsnelheid met meer dan 30 km/u binnen de bebouwde kom te Rotterdam op 15 november 2010. Het hof legde een geldboete, een voorwaardelijke rijontzegging en een voorwaardelijke gevangenisstraf op. De verdachte stelde cassatie in en voerde aan dat uit het gebruikte bewijsmiddel niet kan worden afgeleid dat hij daadwerkelijk het voertuig bestuurde.

Het bewijsmiddel betrof het proces-verbaal van de verbalisant, waarin de snelheidsovertreding werd vastgesteld met behulp van een geijkte radarsnelheidsmeter. De bestuurder werd niet staande gehouden; de bekeuring werd op kenteken opgelegd. De verdachte ontkende bestuurder te zijn geweest en kon niet aangeven wie dat wel was.

De Hoge Raad oordeelde dat het bewijsmiddel onvoldoende is om de bestuurder aan te wijzen en dat het hof ten onrechte de bewezenverklaring heeft gebaseerd op dit bewijs. Er werden geen andere gronden gevonden om het arrest te handhaven. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Den Haag voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep.

Uitkomst: Arrest van hof vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat verdachte het voertuig bestuurde; zaak terugverwezen.

Conclusie

Nr. 14/01505
Zitting: 16 december 2014
Mr. Aben
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. De enkelvoudige kamer van het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 17 februari 2014 de verdachte ter zake van
“overtreding van het bepaalde bij artikel 20, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990”veroordeeld tot een geldboete van € 730,00, subsidiair veertien dagen hechtenis en hem een OBM opgelegd voor de duur van acht maanden. Voorts heeft het hof de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf gelast, te weten een OBM voor de duur van vier maanden.
2. Namens de verdachte heeft mr. P.J. Silvis, advocaat te Schiedam, beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het
middelklaagt dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed nu uit het gebezigde bewijsmiddel niet kan volgen dat de verdachte het in het bewezenverklaring bedoelde motorvoertuig heeft bestuurd.
4. Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
“een bij de ontdekking van het hierna omschreven strafbaar feit onbekend gebleven bestuurder van een motorvoertuig (personenauto), gekentekend [AA-00-BB], op of omstreeks 15 november 2010 te Rotterdam, binnen de bebouwde kom, op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Brielselaan, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 106 kilometer per uur, in elk geval de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden, terwijl verdachte toen eigenaar of houder, als bedoeld in artikel 1, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994, van dat motorvoertuig was;
subsidiair:
dat hij op of omstreeks 15 november 2010 te Rotterdam, binnen de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Brielselaan, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 106 kilometer per uur, in elk geval de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden.”
5. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij op 15 november 2010 te Rotterdam, binnen de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Brielselaan, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 106 kilometer per uur, de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden.”
6. Deze bewezenverklaring steunt op het volgende bewijsmiddel:
“Het proces-verbaal van overtreding van de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, nr. 15.11.2010.2043.017233, d.d. 7 maart 2011, inhoudende het relaas van de verbalisant.”
7. Een blik achter de papieren muur leert dat dit bewijsmiddel inhoudt:
“PROCES-VERBAAL
Overtreding
Ik, verbalisant,
[verbalisant], buitengewoon opsp. ambtenaar, BOA aktenummer: [001], Exo Uitvoerende Eenheid 3, Exo Project Verkeershandhaving, Politie Rotterdam-Rijnmond, verklaar het volgende,

Feit

Ik, [verbalisant], zag/constateerde, dat een persoon een feit pleegde dat is gecodeerd als feitnummer VA060 en dat als volgt is omschreven in de tekstenbundel van de Commissie Feiten en Tarieven van het Ministerie van Justitie:
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel) van 55 tot 60 km/h

Artikel

20 sub a RW 1990 (cat 1/2), 20 sub bene RW 1990 (cat 3), 22 lid 1 sub d en e RW 1990 (cat 3), 22 lid 1 sub c RW 1990 (cat 4)

Overtredingsgegevens

Datum : 15-11-2010
Omstreeks : 20:43 uur
Plaats : Rotterdam
Gemeente : Rotterdam
Locatie : Brielselaan
Binnen een als zodanig aangeduide bebouwde kom
Soort weg : Een weg, zijnde een voor het openbaar verkeer
openstaande weg
Richting van : Maashaven Oostzijde
Richting naar : Maastunnelplein
Voertuig : Personenauto
Merk/type : RENAULT
Kenteken : [AA-00-BB] Land: Nederland
Deze overtreding werd fotografisch vastgelegd.
Filmnummer: 5827_10
De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte radarsnelheidsmeter.
Gemeten (afgelezen) snelheid : 110 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 106 km per uur.
Toegeslane snelheid : 50 km per uur.
Overschrijding met : 56 km per uur.
De werkelijke snelheid is het resultaat van een, overeenkomstig de geldende Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers van het college van Procureurs-Generaal, uitgevoerde correctie op de met het meetmiddel gemeten (afgelezen) snelheid.
De bestuurder werd ter plaatse niet staande gehouden.
Er werd volstaan met bekeuren op kenteken.
Uitzonderingsbepalingen waren niet van toepassing.

Personalia verdachte

Volgens de opgave van de Rijksdienst voor het Wegverkeer dan wel uit een ingesteld nader onderzoek bleek het motorvoertuig toe te behoren aan:
Naam : [verdachte]
Geboren : [geboortedatum]-1974
Adres : [a-straat 1]
Postcode plaats : [woonplaats]
Land : Nederland
Datum RDW-bevraging : 22-11-2010
Deel II : 15-JUL-2010
Waarvan door mij,
[verbalisant], op ambtsbelofte,
is opgemaakt, dit proces-verbaal, dat ik sloot en tekende te Rotterdam, op 07-03-2011.”
8. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 17 februari 2014 houdt, voor zover van belang, in:
“De raadsman van de verdachte wordt onmiddellijk na het voordragen van de zaak in de gelegenheid gesteld de bezwaren van de verdachte tegen het vonnis op te geven. De raadsman geeft op dat de verdachte van oordeel is ten onrechte te zijn veroordeeld.
(…)
Desgevraagd deelt de raadsman mede dat zijn cliënt ontkent op 15 november 2010 de bestuurder te zijn geweest. Voorts kan zijn cliënt niet aangeven wie wel de bestuurder is geweest. Hij snapt dat hij als kentekenhouder verantwoordelijk is, maar hij begrijpt niet dat hij daardoor een jaar zijn rijbewijs kwijt raakt. Door zijn cliënt is niet nader uitgezocht wie wel de bestuurder is geweest op 15 november 2010.”
9. De aantekening mondeling arrest bevat als bewijsoverweging van het hof slechts dat het hof zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan grondt op de feiten en omstandigheden die in het (hiervoor onder 6 weergegeven, DA) bewijsmiddel zijn vervat. Uit dat bewijsmiddel kan echter niet volgen dat de verdachte het bewezenverklaarde feit als bestuurder heeft gepleegd.
10. Het middel is dan ook terecht voorgesteld.
11. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest aanleiding behoort te geven.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG