Conclusie
eerste middelhoudt in dat het hof “ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen het verweer inhoudende dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk is in de vervolging van rekwirant dan wel bewijsuitsluiting dient te volgen van de belastende verklaring van getuige [getuige], op grond van het feit dat relevante informatie die samenhangt met deze verklaring eerst na driekwart jaar is geverbaliseerd” waardoor de verdachte in zijn verdediging is geschaad. Gesteld wordt dat het onbegrijpelijk is dat het hof in deze gang van zaken geen vormverzuim heeft gezien als bedoeld in art. 359a Sv.
Totstandkoming verklaring [getuige].[getuige] wordt vervolgens op de dag van aanhouding gehoord door onder andere [verbalisant].
[…]
En dan gebeurt er iets bijzonders.
Ineens wil [getuige] alleen met [verbalisant] praten. Althans dat stelt [verbalisant]. Het kan ook [verbalisant] zijn geweest die even met [getuige] is gaan praten 'of the record'.
[verbalisant] neemt [getuige] mee naar zijn werkkamer. Hij praat inhoudelijk over de zaak met [getuige] zonder een collega erbij, terwijl hij geen onderdeel uitmaakt van het onderzoeksteam.
Vervolgens plaatst hij [getuige] onder de camera en gaat alleen met hem zonder een collega erbij nog eens praten inhoudelijk over de zaak.
Hij maakt alleen van dit verhoor een pv op, waaruit je meent op te kunnen maken dat [getuige] spontaan de naam [verdachte] noemt. Maar als je het verhoor zelf gaat bekijken wordt pas duidelijk dat er uitgebreid en inhoudelijk is gesproken tussen [verbalisant] en [getuige] voordat [verbalisant] de camera aanzet.
In een ernstige zaak als deze, terwijl je zegt geen onderdeel uit te maken van het onderzoeksteam?? Geen collega erbij? Geen camera aan?
Dit terwijl je duidelijk wel beschikt over veel informatie uit het onderzoek, wantje verricht allerlei handelingen hierin zoals reeds genoemd? […]
Want het is wel helemaal van de zotte dat eerst nadat [getuige] over dit bezoekje aan de werkkamer van [verbalisant] en eerst nadat de ovj hier expliciet om vraagt, [verbalisant] in 2011 pas met een pv bevindingen komt waarin hij bevestigt met [getuige] al voor dat camera verhoor op zijn werkkamer te hebben gesproken. Ook inhoudelijk. Hij stelt ineens niet meer precies te weten wat er allemaal is besproken maar hij weet zich nog wel te herinneren dat HIJ de naam [verdachte] niet als eerste heeft genoemd. Is dat zo? [getuige] zegt nl wat anders, er ligt verder ook helemaal geen bewijs tegen cliënt, [getuige] had een motief om te liegen, [verbalisant] kent cliënt en [getuige] goed. En [verbalisant] maakt niet direct een pv op nadat hij dit gesprek heeft gevoerd, maar pas ¾ jaar later.
De verdediging betwist de inhoud van dit pv en kunnen niet meer controleren wat er op dat werkkamertje nu werkelijk tussen [getuige] en [verbalisant] is besproken.
[…]
CONCLUSIES
Ontlastend materiaal wordt achterwege gelaten.
De rol van bepaalde verbalisanten en hun werkwijze is schimmig en niet te controleren.
Wat [getuige] betreft is thans niet meer te controleren hoe eea nu werkelijk tot stand is gekomen.
Deze de auditu verklaring is echter wel de basis van de verdenking en veroordeling van dient.
[…]
De verdediging meent dat, gelet op de opeenstapeling van vormverzuimen, in onderhavig geval doelbewust en met grove verontachtzaming van de belangen van dient aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak te kort is gedaan. Aangezien de onrechtmatig totstandgekomen verklaring van [getuige] de aanleiding is geweest voor de verdeking jegens client, is het gehele onderzoek door dit verzuim besmet. De verdediging kan dan ook niet anders concluderen dan dat dit slechts niet-ontvankelijkheid van het OM tot het gevolg kan hebben. Reden waarom ik uw Hof verzoek het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk te verklaren in haar vervolging. Indien uw Hof de niet-ontvankelijkheid van het OM een te vergaande sanctie acht, verzoek ik u iig de verklaringen van [getuige] gezien voornoemde werkwijze uit te sluiten van bewijs ex artikel 359a lid 1 sub b Sv.”
tweede middelklaagt dat het hof voorbij is gegaan aan het “uitdrukkelijk onderbouwde verweer” dat de verklaring van de getuige [getuige] onbetrouwbaar is omdat hij naast de verdachte ook [betrokkene] als schutter heeft aangewezen terwijl de rechtbank in de zaak tegen [betrokkene] de verklaring van de getuige [getuige] als onbetrouwbaar heeft aangemerkt en [betrokkene] heeft vrijgesproken. Ik lees het middel zo dat erover wordt geklaagd dat het hof voorbij is gegaan aan een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt.
Wat mij ook verbaast, is dat de verklaring van [getuige] in de zaak van [betrokkene], in mijn beleving ook terecht, als niet betrouwbaar wordt gediskwalificeerd.
Ik verwijs in dit verband naar de betreffende passages uit dat vonnis (bijlage 3).
Hoe kan de rechtbank die verklaring in de ene zaak als betrouwbaar en in de andere als onbetrouwbaar kwalificeren?”