ECLI:NL:PHR:2014:2768

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
2 december 2014
Publicatiedatum
22 januari 2015
Zaaknummer
14/00756
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 27 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest schuldheling herenfiets wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring

Het hof heeft bewezen verklaard dat verdachte in juni 2009 een herenfiets van het merk Gazelle, type Davos, voorhanden had terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Het bewijs bestond uit diverse proces-verbalen, waaronder aangifte, aanhouding en verhoor, waarin onder meer werd vastgesteld dat het ringslot van de fiets was doorgeslepen en dat de fiets als gestolen stond geregistreerd.

Verdachte verklaarde dat hij de fiets onbewust had meegenomen en niet had gezien dat het slot was doorgeslepen. Het hof oordeelde dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kon worden afgeleid dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de fiets gestolen was, omdat niet was vastgesteld dat verdachte het doorgeslepen slot had moeten zien of hiervan wist. Hierdoor was de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd en niet begrijpelijk.

Daarnaast werd een schending van de redelijke termijn vastgesteld, aangezien het cassatieberoep ruim elf maanden na de wettelijke termijn van acht maanden werd ingediend. De Hoge Raad vond echter dat deze termijnoverschrijding geen verdere bespreking behoefde omdat het eerste middel slaagde.

De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het betrekking had op het subsidiair tenlastegelegde feit en de strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde behandeling en beslissing. Verdachte was eerder door het hof Leeuwarden veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf voor schuldheling, diefstal en andere feiten.

Uitkomst: Arrest schuldheling herenfiets vernietigd wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring en zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Conclusie

Nr. 14/00756
Zitting: 2 december 2014
Mr. T.N.B.M. Spronken
Conclusie inzake:
[verdachte]
Verdachte is bij arrest van 16 mei 2012 door het Gerechtshof Leeuwarden, zitting houdende te Arnhem, wegens schuldheling, diefstal, vijf diefstallen in vereniging met braak en twee pogingen tot diefstal in vereniging met braak, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, met aftrek zoals bedoeld in art. 27 Sr Pro, met toewijzing van de vordering van een benadeelde partij en oplegging van een schadevergoedingsmaatregel. Verder heeft het hof de tenuitvoerlegging gelast van de voorwaardelijk opgelegde twee weken gevangenisstraf door de politierechter te ’s-Hertogenbosch bij vonnis van 9 november 2007 onder parketnummer 01-847742-06.
Mr. F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam, heeft namens verdachte twee middelen van cassatie voorgesteld.
Het
eerste middelheeft betrekking op de bewezenverklaring van de onder parketnummer 07-460555-09 subsidiair tenlastegelegde schuldheling van een fiets. Deze bewezenverklaring zou onbegrijpelijk zijn gemotiveerd.
Aan verdachte is onder parketnummer 07-460555-09 tenlastegelegd:
“primair:
hij in of omstreeks de periode van 6 juni 2009 tot en met 11 juni 2009 in de gemeente Zwolle, in elk geval in Nederland, een herenfiets (merk Gazelle, type Davos) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die fiets wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 6 juni 2009 tot en met 11 juni 2009 in de gemeente Zwolle, in elk geval in Nederland, een herenfiets (merk Gazelle, type Davos) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die fiets redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;”
5. Hiervan heeft het hof bewezenverklaard dat:
“hij in de periode van 6 juni 2009 tot en met 17 juni 2009 in de gemeente Zwolle een herenfiets (merk Gabelle, type Davos) voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die fiets redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof”
6. Voor het bewijs heeft het hof de volgende bewijsmiddelen gebruikt:
1. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte, nr. 2009017353, opgemaakt op 8 juni 2009 door [verbalisant 1] van politie Drenthe, inhoudende de aangifte van [betrokkene]:
Datum aangifte: 7 juni 2009
Herenfiets, merk: Gazelle
Type: Davos
Overige bijzonderheden: Gestolen
Op slot: Ja
Framenummer: [001]
2. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aanhouding, nr. 2009017622-2, opgemaakt en ondertekend op 11 juni 2009 door [verbalisant 2], surveillant van politie IJsselland, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op 11 juni 2009 hield ik, verbalisant, te Zwolle als verdachte aan [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats]. Wij, verbalisanten, zagen een man fietsen op een herenfiets van het merk Gazelle, type Davos. Opvallend was dat het van fabriekswege aangebrachte Axa ringslot was doorgeslepen. De oranje klip stond naar beneden en hierdoor moet de fiets op slot staan.
Op het achterspatbord stond een plaatje van fietshandelaar "[A]" in Meppel. Deze fietshandelaar verteld in een telefoongesprek dat de fiets was verkocht aan [betrokkene], wonende te Meppel.
Ik, verbalisant [verbalisant 2], heb het adres nagekeken in het systeem en zag dat er een aangifte was van een herenfiets merk Gazelle, type Davos, voorzien van het framenummer [001]. Deze gegevens kwamen overeen met de fiets die wij hadden aangetroffen bij de man.
3. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor, nr. 2009017622-5, opgemaakt en getekend op 11 juni 2009 door [verbalisant 3], hoofdagent van politie IJsselland, inhoudende de op 11 juni 2009 afgelegde verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:
Ik verblijf bij een vriend van mij die hier in Zwolle woont. Ik wilde vandaag gaan vissen en omdat ik vervoer nodig had, heb ik een kennis gevraagd of ik zijn fiets kon lenen. De jongen gaf toestemming om de fiets te gebruiken.
4. de door verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:
Op 11 juni 2009 reed ik op een herenfiets, merk Gazelle, type Davos.”
7. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep d.d. 14 oktober 2011 heeft verdachte met betrekking tot dit feit, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:
“De fiets heb ik onbewust meegenomen. lk had niet gezien dat het slot van die fiets af was, daar heb ik niet op gelet.”
De raadsman van verdachte heeft op de terechtzitting van het hof van 2 mei 2012 vrijspraak bepleit en ten aanzien van de tenlastegelegde heling het volgende verweer gevoerd:
“Ten aanzien van de heling vraag ik mij af hoe cliënt kon weten dat de fiets gestolen was. Hij heeft de fiets meegenomen en heeft niet naar het slot gekeken.”
8. Daarop heeft het hof het volgende overwogen:
“Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 07-460555-09 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. In het bijzonder is naar het oordeel van het hof niet vast komen te staan dat verdachte wist dat de door hem meegenomen fiets een door misdrijf verkregen goed betrof.
[…]
Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 07-460555-09 en in de zaak met parketnummer 07-630149-09 onder 1 tot en met 7 tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Er is geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.”
9. Zoals in het middel terecht wordt betoogd kan uit de gebezigde bewijsmiddelen slechts worden afgeleid dat verdachte op een fiets reed, waarvan het ringslot was doorgeslepen en die gestolen bleek te zijn. Het hof heeft met betrekking tot de primair ten laste gelegde opzetheling van deze fiets overwogen dat niet is komen vast te staan dat verdachte wist dat de door hem meegenomen fiets een door misdrijf verkregen goed betrof. Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen kan niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte dit wel redelijkerwijs had moeten vermoeden. Hieruit blijkt immers niet dat verdachte moet hebben gezien dat de oranje klip van het ringslot omlaag stond en het ringslot zelf was doorgeslepen of hiervan wist. Nu een nadere motivering daaromtrent ontbreekt, is de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd en niet zonder meer begrijpelijk.
10. Het middel is gegrond.
11. Het
tweede middelklaagt terecht over de schending van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro. Namens verdachte is op 30 mei 2012 cassatieberoep ingesteld. De stukken van het geding zijn op 17 januari 2014 bij de Hoge Raad binnengekomen. Dit betekent dat de inzendtermijn van acht maanden met ruim elf maanden is overschreden. Nu het eerste middel slaagt behoeft de overschrijding geen verdere bespreking. Het tijdsverloop kan immers bij de nieuwe behandeling van de zaak door het gerechtshof aan de orde worden gesteld.
12. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het de beslissingen ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde feit onder parketnummer 07-460555-09 en de strafoplegging betreft en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om de zaak in zoverre opnieuw te laten berechten en afdoen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG