Conclusie
eerstemiddel klaagt dat het Hof weliswaar heeft vastgesteld dat de geldbedragen voor de leaseauto’s uit misdrijf afkomstig zijn, maar niet dat de auto’s zelf uit misdrijf afkomstig zijn.
middellijkvan misdrijf afkomstig vanwege de (gehele of gedeeltelijke) criminele herkomst van het contante geld waarmee de auto’s werden geleased, terwijl de in de bewezenverklaring genoemde mededaders van [B] BV (ook) degenen zijn die de desbetreffende auto’s leaseden: [medeverdachte 4], [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9]. Het Hof heeft derhalve toereikend gemotiveerd vastgesteld dat ook de in de bewezenverklaring opgenomen auto’s, middellijk, van misdrijf afkomstig zijn.
tweedemiddel klaagt dat het Hof ontoereikend gemotiveerd heeft vastgesteld dat verdachte het onder 1 bewezenverklaarde heeft begaan, voor zover inhoudende: “een Mercedes Benz, type CLK 240 coupe voorzien van kenteken [AA-00-AA] en de aanbetaling van 10.000 EURO en de (maandelijkse) leasetermijnen van (telkens) 2017,82 EURO”. Het gaat om de auto die [medeverdachte 4] leasede bij [B] BV. Geklaagd wordt dat de vaststellingen dat [medeverdachte 4] meestal in een kroeg werkte en meestal zwart werkte, in combinatie met een gebrek aan gegevens bij de belastingdienst/UWV omtrent een verklaarbaar legaal vermogen, onvoldoende zijn voor het oordeel “dat het niet anders kan” dan dat de door [medeverdachte 4] voor de auto betaalde geldbedragen uit misdrijf afkomstig zijn.
derdemiddel behelst de klacht dat het Hof de wetenschap van [B] BV en haar mededaders dat de auto’s en geldbedragen van misdrijf afkomstig waren ontoereikend heeft gemotiveerd, in ieder geval voor zover het de door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 9] geleasede auto’s betreft.
vierdemiddel klaagt dat het Hof ontoereikend gemotiveerd heeft vastgesteld dat sprake is van medeplegen, doch berust eveneens op een onjuiste lezing van het arrest van het Hof. Anders dan gesteld, omvatten de in de bewezenverklaring genoemde mededaders [medeverdachte 4], [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] en daaraan staat niet in de weg dat de bewuste en nauwe samenwerking met [B] BV met ieder van hen telkens op één van de drie bewezenverklaarde auto’s betrekking heeft. Ook dit middel faalt derhalve bij gebrek aan feitelijke grondslag.
vijfdemiddel klaagt dat het Hof de tot het bewijs gebezigde verklaring van [medeverdachte 8] (bewijsmiddel 13) in de nadere bewijsoverweging heeft gedenatureerd, omdat het daarin heeft betrokken dat sprake zou zijn van inkomsten uit illegale gokactiviteiten. Dat valt volgens de steller van het middel niet af te leiden uit de tot het bewijs gebezigde zinsnede “Ik kwam vaak in tenten waar gegokt werd.” Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof de bewijsmiddelen 13 en 14 tezamen en in onderling verband gelezen, en dan is (te meer) duidelijk dat ook de gokactiviteiten van [medeverdachte 8] niet tot legale inkomsten konden worden gerekend en derhalve illegaal waren. Van denatureren is hier geen sprake. Ook dit middel faalt derhalve.