4.3.Het Hof heeft de bewezenverklaring onder 2 doen steunen op de inhoud van de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in een aanvulling bewijsmiddelen als bedoeld in art. 365a lid 2 Sv. Voor de beoordeling van het middel zijn met name de volgende bewijsmiddelen relevant:
“2. Een in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 30 juli 2009, hetwelk deel uitmaakt van het onder 1 genoemde dossier, inhoudende - voor zover van belang - :
als verklaring van [slachtoffer 2], aangeefster:
Ik doe aangifte tegen de vriend van mijn zus, genaamd [verdachte]. Op donderdag, 30 juli 2009, omstreeks 15.00 uur, was ik samen met mijn zus bij de Texaco te Almere. Een vriendin, genaamd [getuige 1], was ook mee. Mijn zus had met haar vriend [verdachte] afgesproken om het uit te maken. Mijn zus probeert het al heel lang uit te maken, maar hij blijft haar stalken en lastigvallen. Ook als ze elkaar zien, pakt hij steeds dingen van haar af, zodat zij later weer naar hem toe moet gaan om de spullen op te halen. Dit was voor mij een reden om vandaag met haar mee te gaan, zodat [verdachte] geen spullen van haar af zou pakken. Mijn zus en [verdachte] kwamen beiden tegelijk aanrijden bij het benzinestation. De auto van [verdachte] stond naast de auto van mijn zus geparkeerd. Mijn zus liep naar de auto van [verdachte]. [getuige 1] en ik bleven in de auto zitten. Mijn zus stond buiten de auto aan de rechterzijde van de auto van [verdachte]. [verdachte] stond bij haar. Ik hoorde mijn zus schreeuwen: ‘Geef mijn papieren terug’. Dit zei zij een paar keer. Ik stapte uit en liep naar de auto van [verdachte] en ging bij mijn zus staan. Ik vroeg aan [verdachte] of hij de papieren terug wilde geven. [verdachte] gaf de papieren niet terug. Hij hield de papieren in zijn rechterhand vast. Mijn zus probeerde ondertussen de papieren af te pakken. Op een gegeven moment pakte [verdachte] mijn zus met beide armen en gooide haar met volle vaart op de grond. Ze kwam hard neer. Op dat moment probeerde ik de autopapieren te pakken uit zijn handen. Ik kwam er net niet bij. Op dat moment voelde ik dat [verdachte] mij met beide armen vastpakte aan de bovenzijde van mijn lichaam en mij met volle kracht op de grond gooide, net achter mijn zus.
Ik en mijn zus stonden beiden op en liepen naar de auto van [verdachte] om de autopapieren van mijn zus te pakken. Wij liepen beiden naar de linkerzijde van de auto van [verdachte]. [verdachte] zat op de bestuurdersstoel. Ik en mijn zus probeerden de papieren af te pakken. Ik en mijn zus hingen beiden tot ons middel in het raam van de bestuurder en wij probeerden zo de papieren te vinden in de auto. Toen mijn zus en ik tot ons middel in het raam hingen, startte [verdachte] de auto en reed hij weg. Doordat [verdachte] heel hard weg reed. vielen ik en mijn zus uit het raam van de auto. Ik viel op de grond, op mijn rug. Ik heb mijn lichaam op de grond gedraaid. Ik lag dicht bij de auto van [verdachte]. Ik hoorde dat de auto in zijn achteruit werd gezet en ineens uit het niets zag ik autobanden. Ik zag dat de autobanden recht op mij afkwamen en voelde dat de auto over mijn rechtervoet reed. Halverwege reed de auto over mijn linkervoet heen. Hierna reed de auto langs de rechterzijde van mijn lichaam, over mijn rechterhand en rechterarm.
Op dat moment voelde ik mijn benen niet meer. Ik raakte in paniek en ik wilde opstaan. Mijn benen wilden niet meewerken en ik ben gaan zitten op de grond. Doordat de auto over mij heen reed, heb ik pijn en letsel. Mijn vriendin heeft mij vervolgens omhoog getrokken en ik heb mijzelf verplicht om rondjes te lopen om het gevoel in mijn benen terug te krijgen.
Ik kan u verklaren dat, doordat de auto over mij heen gereden is, ik last heb van mijn rechterarm, rechtervoet, rechterhand en linkervoet. Ook kan ik u verklaren dat mijn mobiele telefoon, een gouden ring en een gouden armband kapot zijn.
Noot verbalisant: ik zie letsel aan rechterhand. Hier zitten een aantal schaafwondjes en is opgezwollen, rechtervoet is opgezwollen op de wreef, linkerbovenbeen een schaafwondje, op beide ellebogen schaafwonden.
3. Een in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 12 augustus 2009, hetwelk deel uitmaakt van het onder 1 genoemde dossier, inhoudende - voor zover van belang - :
als verklaring van [slachtoffer 2], aangeefster:
Toen ik werd meegesleurd door de auto van [verdachte], viel ik uiteindelijk op de grond. Ik kon mij nog net wegdraaien. Ik kan u verklaren dat als ik niet weggedraaid was, het voertuig over mijn middel was gereden. Ik zag dat de wielen van de auto naar mij kwamen rollen.
Ik zit nu in de ziektewet en kan niet werken. Ik kan heel erg moeilijk lopen en ik heb heel erg veel pijn. Ik moet overal bij geholpen worden. Gelukkig heb ik niets gebroken, wel zijn mijn beide benen zwaar gekneusd. Het gips is van mijn rechterhand gehaald. Ook heb ik nog last van beide armen. Mijn linkerknieband is gescheurd. Ik slaap slecht van de pijn.
4. Een in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 30 juli 2009, hetwelk deel uitmaakt van het onder 1 genoemde dossier, inhoudende - voor zover van belang - :
als verklaring van [getuige 1], getuige:
(...) Ik zag dat [slachtoffer 1] met [verdachte] stond te praten. Opeens hoorde ik [slachtoffer 1] schreeuwen: ‘Geef mijn autopapieren terug’. [slachtoffer 2] en ik zijn direct uitgestapt, omdat ik [verdachte] niet vertrouw. Ik zag dat [verdachte] agressief was. Ik zag dat [verdachte] trilde over zijn hele lichaam. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 1] aan haar arm trok. Ik zag dat [slachtoffer 1] op de grond viel. Ik zag dat [slachtoffer 2] [verdachte] weg wilde duwen. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 2] op de grond duwde. Ik zag dat [slachtoffer 2] hard op de grond viel. Ik zag dat [verdachte] in zijn auto ging zitten. Ik zag dat het raam aan de bestuurderskant openstond. Ik zag dat [slachtoffer 1] naar de auto liep en dat zij de autopapieren wilde pakken uit de hand van [verdachte]. Ik zag dat [slachtoffer 2] naar de auto van [verdachte] liep en hem een klap in het gezicht gaf. Ik hoorde aan het geluid dat [verdachte] hard en veel gas gaf. Ik zag dat de auto van [verdachte] hard achteruit reed. Ik zag dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op de grond vielen. Ik zag dat [verdachte] over het linkerbeen, volgens mij, reed van [slachtoffer 2]. Ik zag dat [slachtoffer 2] wegrolde. Ik zag dat als [slachtoffer 2] niet weggerold was, dan was [verdachte] helemaal over haar heengereden.
5. Een in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 4 augustus 2009, hetwelk deel uitmaakt van het onder 1 genoemde dossier, inhoudende - voor zover van belang - :
als verklaring van [getuige 2], getuige:
Op 30 juli 2009, omstreeks 14.30 uur, was ik aan het werk bij de Texaco, welke is gevestigd aan de Koningsbeltweg 1 te Almere. Ik was aan het werk achter de balie naast de kassa. Ik keek naar buiten en ik zag daar een jongen en een meisje staan, welke volgens mij ruzie hadden. Ik bleef daarom naar hun kijken. Ik zag dat de man iets uit de handen van het meisje griste. Ik zag dat het meisje het goed, ik weet niet wat, terug wilde hebben. Ik zag dat het meisje de jongen sloeg in zijn gezicht. Ik zag dat de jongen het meisje terugsloeg in haar gezicht. Ik zag dat er nog twee meisjes uit een auto stapten. Ik zag dat de jongen twee meisjes een duw gaf en dat deze meisjes op de grond vielen. Ik zag dat de jongen snel in zijn auto stapte. Ik zag dat de meisjes snel opstonden en naar de auto liepen, waar de jongen in was gaan zitten. Ik zag dat het portierraam van de auto openstond. Ik zag dat de twee meisjes die eerst op de grond lagen met hun bovenlichamen naar binnen bogen. Ik zag dat de jongen in de auto snel en hard achteruit reed. Daarna zag ik dat de meisjes meegesleurd werden met de auto. Ik zag dat de twee meisjes op de grond vielen, toen de auto hard achteruit reed. Ik zag dat de jongen achter het stuur achteruit rijdend een bocht maakte. Ik zag dat een van de meisjes onder de auto terechtkwam. Ik zag dat de auto over een van de meisjes reed. Ik zag het andere meisje ook op de grond liggen.
Ik zag dat die jongen met volle snelheid wegreed.
Ik kan u verklaren dat ik behoorlijk geschrokken ben van alles wat ik heb gezien. Ik weet wel dat die jongen levensgevaarlijk hard achteruit reed. Ik denk dat het meisje, welke onder de auto kwam, geluk heeft gehad. Het had veel erger kunnen aflopen.”