Conclusie
middelbehelst de klacht dat het oordeel van het Hof blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip ‘voorwetenschap’ als bedoeld in het eerste en tweede lid van art. 5:57 Wft Pro, althans zijn oordeel dat [verdachte] niet beschikte over voorwetenschap ontoereikend heeft gemotiveerd. Rekwirant acht van belang dat de Hoge Raad zich uitlaat over voorwetenschap in relatie tot de koersgevoeligheid van periodieke financiële informatie die voorafgegaan wordt door openbaarmaking van beknoptere informatie zoals een Trading Update.
Vrijspraak
;
eerste argumentis dat de informatie uit het persbericht ruimer en gedetailleerder van aard is. Argumenten die inhouden dat de materiële inhoud van Trading Update en persbericht verschillen, worden door de steller van het middel niet aangevoerd. Dat is wel opmerkelijk gelet op de klacht. Naar de reden waarom bijvoorbeeld niet wordt verwezen naar de opvatting die de Advocaat-Generaal bij het Hof verdedigde, kan slechts worden geraden. Het standpunt van de Advocaat-Generaal bij het Hof was dat het verschil bestond uit drie elementen die wel in het persbericht en niet in de Trading Update voorkomen: het netto resultaat van [A] NV, het resultaat per aandeel en per business unit. Die verschillen is het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk gepasseerd. Dat kan mede gezien worden in het licht van het rapport van de door de verdediging geraadpleegde deskundige Koelewijn. [9] Volgens hem had degene die de Trading Update had bijgewoond feitelijk al de beschikking over de kwartaalcijfers en konden analisten met behulp van de beschikbare gegevens ook feilloos de winst per aandeel voorspellen. Hij concludeert: “Op grond van de trading update was de relevante informatie over het eerste kwartaal publiek. Het was zeer eenvoudig om een inductieve berekening te maken van de kort daarna te verschijnen kwartaalcijfers.” Dit eerste argument gaat niet op, daar deze “ruimere en gedetailleerdere” informatie hetzij reeds kenbaar was voor het beleggend publiek, hetzij niet-koersgevoelig is, waardoor zij niet als ‘voorwetenschap’ kan worden gekwalificeerd. Het oordeel van het Hof is op dit punt niet onbegrijpelijk.
tweede argumentis het Hof, zoals reeds onder 14. opgemerkt, gelijk de steller van het middel, van oordeel dat na een eerder verschenen Trading Update gepubliceerde periodieke cijfers op zichzelf significante invloed kunnen hebben op de koers. Het Hof heeft immers – op juiste gronden – (de inhoud van) het persbericht als koersgevoelige informatie aangemerkt. De opvatting dat in dat geval “gesteld zou kunnen worden dat deze koersgevoelige informatie
dusnog niet openbaar is gemaakt” [10] is niet juist. Het Hof heeft immers in concreto gemotiveerd geoordeeld dat de koersgevoelige informatie uit het persbericht wel reeds (in de kern) openbaar was en dat oordeel getuigt niet, zoals hiervoor beschreven, van een onjuiste rechtsopvatting.
derde argumentis dat aan de in een persbericht gepubliceerde kwartaalcijfers een andere waarde moet worden toegedicht dan aan informatie uit een Trading Update. Ik begrijp het zo dat zelfs als de inhoud in de kern hetzelfde is, gelet op het karakter van Trading Update, een persbericht informatie die kwalificeert als voorwetenschap kan bevatten. Waarin dat verschil in waarde of karakter dan precies zit, is lastig uit de schriftuur te destilleren. Ik scherp het kennelijk in stelling gebrachte argument nog wat aan. Het persbericht heeft een ander karakter dan de Trading Update, omdat daarmee het officiële moment wordt gemarkeerd dat de volledige informatie gelijktijdig, transparant en correct aan de buitenwereld wordt kenbaar gemaakt. Hoewel de toelichting op het middel deze woorden niet gebruikt, begrijp ik het zo dat de update kennelijk als meer informeel of voorlopig van karakter zou kunnen worden gezien en als een moment dat vaak leidt tot verhoogde aandacht van beleggers en de buitenwereld. Die extra aandacht voor dat officiële moment kan zelfs bij een niet verrassende, identieke inhoud van het persbericht maken dat die identieke en eerder geopenbaarde inhoud van het persbericht koersgevoelig is. In de toelichting op het middel worden in dat verband Nieuwe Weme en Stevens [11] geciteerd: “(…) maar ook indien de cijfers geen verrassingen bevatten zal publicatie toch vaak een koersreactie sorteren. Die reactie ontstaat vooral omdat analisten op basis van de (interim)cijfers hun toekomstverwachtingen bijstellen, of juist bevestigd zien, en op basis daarvan adviezen geven.” Als de steller van het middel gelijk heeft dat een persbericht dat volgt op een update met in de kern dezelfde informatie desondanks openbaarmaking van koersgevoelig informatie kan zijn, doet dat nog niet af aan de vrijspraak. Hoe dan ook gaat het immers niet om de voor een veroordeling vereiste mededeling van niet openbare informatie. In de kern was alle informatie door de Trading Update geopenbaard. Ook dit derde argument gaat dus niet op.