ECLI:NL:PHR:2014:2452
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid OM bij schending recht op raadpleging advocaat
Het cassatieberoep richt zich tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin het vonnis van de rechtbank Amsterdam is bevestigd. Het eerste middel klaagt over het oordeel dat het feit dat verdachte voorafgaand aan zijn politieverhoor geen raadsman kon raadplegen niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie. Dit middel wordt verworpen omdat het uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting.
Het tweede middel klaagt over het oordeel dat de overtuiging van de verdediging dat sprake is van een doelbewuste poging om de rechtbank te misleiden door onjuiste informatie in een proces-verbaal niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM. Het hof oordeelde dat uit het dossier niet blijkt van doelbewuste misleiding, een oordeel dat niet onbegrijpelijk is en niet voor cassatie vatbaar.
De Procureur-Generaal stelt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad volgt dit standpunt en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.