ECLI:NL:PHR:2014:2446
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet-tijdig indienen middelen van cassatie
Verdachte heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 26 november 2012. Er bestaat samenhang tussen meerdere zaken waaronder deze. Hoewel het beroep tijdig is ingesteld, zijn er geen middelen van cassatie ingediend door een raadsman binnen de wettelijke termijn van twee maanden na betekening van de aanzegging.
Volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen deze termijn een schriftuur houdende middelen van cassatie te worden ingediend. Omdat dit niet is gebeurd, moet verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn cassatieberoep.
De raadsman van verdachte heeft bovendien in een brief van 30 december 2013 bevestigd dat er geen middelen van cassatie zullen worden ingediend namens verdachte. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.