Conclusie
eerste middelkeert zich tegen de afwijzing van het verzoek tot het horen van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] als getuigen.
(…)
Ook wil ik de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] horen. Dat is relevant omdat een aantal vragen onbeantwoord is gebleven. Allereerst is onduidelijk aan welke specifieke onderscheidende persoonskenmerken mijn cliënt is herkend. Er is gebruik gemaakt van meer algemene kenmerken, zoals het gelaat, lichaamsbouw en lichaamsbewegingen. Ik wil hen vragen wat daar zo specifiek onderscheidend aan was met betrekking tot mijn cliënt. Ik wil ze ook vragen naar de frequentie waarin ze mijn cliënt eerder hebben getroffen. In het proces-verbaal wordt gerelateerd dat ze mijn cliënt eerder hebben aangesproken, gecontroleerd, geverbaliseerd danwel aangehouden. Naar mijn mening heeft ‘danwel’ hier de betekenis van ‘of’. Ik wil dan ook graag weten wanneer dat dan exact is geweest en wanneer dat voor het laatst is geweest. Het klopt dat verbalisant [verbalisant 3] over meerdere omstandigheden uitvoerig heeft verklaard, maar hij zegt ook dat specifieke vragen aan de verbalisanten zelf gesteld moeten worden. Het is van belang hoe lang de verbalisanten ook contact hebben gehad met mijn cliënt.”
Voorwaardelijk verzoek van de verdediging
Voorts heeft de raadsman gepersisteerd bij het ter terechtzitting van 15 maart 2013 gedane verzoek tot het horen van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en het verzoek om een gezichtsvergelijkend onderzoek te laten verrichten door het Nederlands Forensisch Instituut.
Door de raadsman van verdachte [betrokkene 4], mr. Roelse, de raadsman van verdachte [betrokkene 1], mr. Takens, de raadsman van verdachte [verdachte], mr. Boumanjal, de raadsman van verdachte [betrokkene 5], mr. Lamers, en de raadsman van verdachte [betrokkene 3], mr. Denz, is de herkenning van hun cliënt in het beeldmateriaal dat zich in het dossier bevindt, betwist. De raadslieden wensen om die reden de herkenning, gedaan door verbalisanten, te toetsen op betrouwbaarheid. Dit mondt uit in de onderzoekswens de volgende verbalisanten te horen:
tweede middelkeert zich tegen de afwijzing van het verzoek tot het doen verrichten van een gezichtsvergelijkend onderzoek.
Dat verzoek kan eventueel achterwege blijven als het hof dadelijk de foto’s zal bekijken en ter terechtzitting haar eigen waarneming kenbaar maakt, bijvoorbeeld dat op de foto’s geen gezicht te zien is of dat de foto’s voldoende duidelijk zijn. De vraag blijft echter of het gezicht of gelaat van mijn cliënt te zien is op de foto’s en ook de karakteristieken en/of kenmerken van zijn gezicht.
(…)
Ik vergeet nog iets. Ik heb hier een rapportage van Van Koppen. Daarin gaat Van Koppen in op de mogelijkheid van elektronische gezichtsherkenning als remedie.”
derde middelkeert zich tegen de motivering van de bewezen verklaarde deelname aan een criminele organisatie.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 4 heeft begaan en heeft hierbij gelet op het volgende.