ECLI:NL:PHR:2013:CA3758

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juni 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
13/02114
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 6 EVRMArt. 805 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bekrachtiging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige

De moeder heeft bij de kinderrechter verzocht om opheffing van de ondertoezichtstelling en beëindiging van de uithuisplaatsing van haar minderjarige kind, maar dit verzoek werd op 6 december 2012 afgewezen. De machtiging tot plaatsing in pleegzorg werd verlengd tot 7 april 2013. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beschikking, maar het hof Den Haag bekrachtigde op 6 februari 2013 het vonnis van de kinderrechter.

Tegen deze beslissing stelde de moeder beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Zij voerde zes middelen aan, waaronder klachten over de toetsing van de maatregelen aan wettelijke maatstaven, schending van het recht op hoor en wederhoor, en het ontbreken van onderzoek naar haar opvoedingsvaardigheden.

De Hoge Raad oordeelde dat geen van de middelen tot cassatie konden leiden. Het hof had de wettelijke maatstaven correct toegepast en geen schending van hoor en wederhoor vastgesteld. De overige middelen hadden geen betrekking op de bestreden beschikking of misten feitelijke grondslag. De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard moest worden op grond van art. 80a RO.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard en de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing blijven in stand.

Conclusie

Zaak 13/02114
Mr. P. Vlas
Zitting, 14 juni 2013
Conclusie inzake art. 80a RO:
[de moeder]
(hierna: de moeder),
tegen
Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Rijnmond,
te Rotterdam
(hierna: de Raad)
1. Bij beschikking van 6 december 2012 heeft de kinderrechter in de rechtbank Rotterdam de verzoeken van de moeder tot opheffing van de ondertoezichtstelling en tot beëindiging van de uithuisplaatsing van [de minderjarige] (hierna: de minderjarige), geboren op [geboortedatum] 2012, afgewezen en de duur van de machtiging tot plaatsing van de minderjarige in een vorm van pleegzorg met ingang van 7 december 2012 verlengd tot 7 april 2013. De moeder is van deze beschikking in hoger beroep gekomen. Bij beschikking van 6 februari 2013 heeft het hof Den Haag de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd. De moeder heeft tegen de beschikking van het hof (tijdig) beroep in cassatie ingesteld.
2. In cassatie voert de moeder zes cassatiemiddelen aan. Deze klachten rechtvaardigen geen behandeling in cassatie, omdat zij klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Voor zover al aangenomen moet worden dat de middelen voldoen aan de daaraan te stellen eisen, geldt het volgende. Middel 1 klaagt - kort gezegd - dat het hof de gegrondheid van de genomen maatregelen niet heeft getoetst aan de daarvoor geldende wettelijke maatstaven. De klacht faalt, omdat het hof daarvan wel blijk heeft gegeven in rov. 8 t/m 10. Middel 2, waarin wordt geklaagd over schending van art. 6 EVRM Pro, faalt omdat van een schending van hoor en wederhoor geen sprake is. De middelen 3 t/m 5 klagen over schending van diverse procesrechtelijke voorschriften. Deze middelen falen, omdat zij geen betrekking hebben op de bestreden beschikking. Overigens heeft kennisgeving van de beschikking van de kantonrechter plaatsgevonden op de voet van art. 805 Rv Pro. In middel 6 wordt geklaagd dat het hof eraan is voorbijgegaan dat onderzoek had moeten worden gedaan naar de 'opvoedingsvaardigheden' van de moeder. Het middel mist feitelijke grondslag, nu het hof zijn oordeel heeft gebaseerd op het rapport van de Raad van 25 augustus 2012 en onduidelijk is of de moeder wil meewerken aan een psychologisch onderzoek (rov. 10).
3. De conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G