ECLI:NL:PHR:2013:CA3320
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onjuiste maatstaf bij beoordeling klaagschrift inzake beslag en teruggave
In deze zaak gaat het om een klaagschrift van een derde die stelt eigenaar te zijn van goederen en geldbedragen die conservatoir zijn beslagen op grond van artikel 94a Sv in een procedure tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank heeft het klaagschrift ongegrond verklaard omdat zij bij de beoordeling de maatstaf hanteerde of het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave.
De Hoge Raad stelt dat de rechtbank hiermee een onjuiste maatstaf heeft toegepast. Volgens de Hoge Raad moet de rechter toetsen of buiten redelijke twijfel vaststaat dat de klager eigenaar is van het voorwerp en of de situatie van artikel 94a, derde of vierde lid, Sv zich voordoet. De rechtbank heeft nagelaten vast te stellen dat het beslag op grond van art. 94 of Pro 94a Sv is gelegd met het oog op wederrechtelijk verkregen voordeel door de klager.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling van het klaagschrift op basis van de juiste maatstaf. Er zijn geen ambtshalve gronden gevonden om de beschikking te vernietigen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor herbeoordeling van het klaagschrift met de juiste maatstaf.