ECLI:NL:PHR:2013:CA3315
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt herstel proces-verbaal en afwijzing cassatieberoep wegens termijnoverschrijding
In deze zaak is verdachte bij verstek veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf wegens gekwalificeerde diefstal door het Hof te 's-Gravenhage. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. Een van de middelen betrof de klacht dat het proces-verbaal van de terechtzitting niet door de voorzitter was ondertekend, wat volgens art. 327 Sv Pro vereist is.
De Hoge Raad constateerde dat het proces-verbaal aanvankelijk niet rechtsgeldig was vastgesteld en ondertekend, omdat het alleen door de griffier en niet door de voorzitter was ondertekend. Dit vormde een formeel verzuim dat echter onder bepaalde omstandigheden herstelbaar is. Nadat alsnog een proces-verbaal was overgelegd dat wel door de voorzitter was ondertekend, verviel de grondslag van het middel.
Een tweede middel klaagde over een schending van het recht op een redelijke termijn zoals gegarandeerd in art. 6 EVRM Pro, omdat de stukken pas na meer dan acht maanden na het instellen van cassatie bij de Hoge Raad waren ingekomen. De Hoge Raad oordeelde dat deze schending voldoende was gecompenseerd door de constatering ervan, mede gezien de geringe strafmaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat het cassatieberoep moet worden verworpen en dat er geen aanleiding is tot vernietiging van het arrest van het Hof. Daarmee bevestigde de Hoge Raad de niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in hoger beroep en de opgelegde straf.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.