ECLI:NL:PHR:2013:CA3312
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest en terugwijzing wegens onvoldoende onderzoek naar afwezigheid raadsman in ontnemingszaak
De zaak betreft een ontnemingsvordering waarbij het hof de betrokkene niet-ontvankelijk verklaarde in hoger beroep wegens afwezigheid van diens raadsman. Het hof stelde dat de mededeling van de zittingsdatum aan de raadsman alleen op de ontnemingszaak betrekking had, en dat de raadsman op grond van een faxbericht had afgezien van verschijnen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de reden van afwezigheid van de raadsman en of deze tijdig was geïnformeerd over de zitting.
Uit de stukken blijkt dat de raadsman op 2 maart 2010 was geïnformeerd over de zittingsdata en dat de strafzaak op 13 april 2010 zou worden aangehouden tot de ontnemingszaak op 16 april 2010. Een faxbericht van de raadsman gaf aan niet te zullen verschijnen omdat hij niet gemachtigd was, maar dit betrof de strafzaak. De Hoge Raad stelt dat het hof had moeten aanhouden om de raadsman alsnog gelegenheid te geven de verdediging te voeren.
Daarnaast wordt geoordeeld dat de redelijke termijn in cassatie niet is overschreden, aangezien het cassatieberoep pas in 2012 is ingesteld en de stukken tijdig zijn ingediend. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende onderzoek naar afwezigheid raadsman.