ECLI:NL:PHR:2013:CA3306
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt juiste strafomzetting zonder nadelige positie veroordeelde bij voorwaardelijke invrijheidstelling Frankrijk
De veroordeelde is in Frankrijk veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan verboden invoer en handel in verdovende middelen. Na verzoek is de straf omgezet in Nederland, waar de rechtbank Breda een gevangenisstraf van 42 maanden oplegde. De veroordeelde stelde dat hij in Frankrijk medio september 2010 voorwaardelijk in vrijheid had kunnen worden gesteld, en dat de omzetting in Nederland hem daardoor in een nadelige positie bracht.
De rechtbank liet nadere inlichtingen inwinnen bij Franse autoriteiten over de waarschijnlijkheid van voorwaardelijke invrijheidstelling. Het Franse ministerie van justitie gaf aan dat het onmogelijk is vooraf de kans op voorwaardelijke vrijlating te bepalen, omdat dit afhangt van individuele omstandigheden en rechterlijke beoordeling. Reclassering Nederland gaf aan dat 85% van de Nederlanders in Frankrijk na de helft van de straf een positieve beslissing krijgt, maar dit percentage is niet specifiek voor de veroordeelde.
De rechtbank concludeerde dat niet met grote mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat de veroordeelde in Frankrijk na de helft van zijn straf voorwaardelijk vrij zou zijn gekomen, en dat de Nederlandse straf hem niet in een nadeligere positie brengt. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank het juiste criterium heeft toegepast, voldoende onderzoek heeft gedaan en de stukken juist heeft gewogen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de omzetting van de Franse straf in een Nederlandse gevangenisstraf van 42 maanden is correct zonder nadelige positie voor de veroordeelde.