ECLI:NL:PHR:2013:CA2818
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt terugwerkende verlaging overdrachtsbelasting woning niet in strijd met discriminatieverbod
Belanghebbenden verkregen op 7 juni 2011 ieder de helft van een woning en betaalden het toen geldende tarief van 6% overdrachtsbelasting. Op 15 juni 2011 werd het tarief met terugwerkende kracht verlaagd naar 2%. Belanghebbenden vorderden toepassing van het lagere tarief, stellende dat zij ongelijk werden behandeld ten opzichte van kopers die na 15 juni 2011 een woning verkregen. Zowel de Rechtbank Breda als het Hof 's-Hertogenbosch verklaarden hun beroepen ongegrond, waarbij zij stelden dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het bepalen van de ingangsdatum van de tariefverlaging.
De Hoge Raad bevestigt deze lijn en overweegt dat toetsing van de terugwerkende kracht van de wetswijziging aan het gelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur niet mogelijk is vanwege het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet Pro. Wel is toetsing aan het volkenrechtelijke discriminatieverbod (artikel 14 EVRM Pro jo. artikel 1 Eerste Pro Protocol en artikel 26 IVBPR Pro) mogelijk. De Hoge Raad oordeelt dat de wetgever een brede beoordelingsvrijheid heeft en dat de terugwerkende kracht tot 15 juni 2011, ondanks dat dit twee dagen vóór de persconferentie van 17 juni 2011 viel, niet zonder redelijke grond is. De keuze voor deze datum wordt mede gerechtvaardigd door de notariële praktijk van leveringsdata.
De Hoge Raad benadrukt dat de belanghebbenden niet getroffen worden door een belastingverhoging met terugwerkende kracht, maar slechts een belastingverlaging missen met een zeer beperkte terugwerkende kracht. Het is niet onredelijk dat de wetgever de terugwerkende kracht beperkt tot een korte periode om onwenselijke aankondigingseffecten te voorkomen. Verder terugwerken zou leiden tot onaanvaardbare budgettaire en rechtsstatelijke problemen. De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep ongegrond is en bevestigt daarmee de eerdere uitspraken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de terugwerkende kracht van de verlaging van het overdrachtsbelastingtarief naar 2% vanaf 15 juni 2011 is niet in strijd met het discriminatieverbod.