ECLI:NL:PHR:2013:CA2542

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juni 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11/03064
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 111 SrArt. 10 EVRMArt. 358 SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling voor opzettelijke belediging van de Koningin

De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens opzettelijke belediging van de Koningin door het aanbrengen van de tekst "Lang leve de Koningin die kankerhoer" op een pand. Het hof achtte bewezen dat met 'Koningin' de Koningin der Nederlanden werd bedoeld en verwierp het verweer van de verdachte dat hij de term 'koningin van de nacht' bedoelde.

In cassatie stelde de verdachte dat zijn uiting onder de bescherming van de vrijheid van meningsuiting valt, zoals gewaarborgd in artikel 10 EVRM Pro, en dat hij als dichter gebruik maakte van linguïstische vrijheid. De Hoge Raad oordeelde dat een dergelijk beroep niet voor het eerst in cassatie kan worden gedaan en dat het hof het betoog niet als zodanig heeft opgevat, wat niet onbegrijpelijk is.

Het hof had voldoende bewijs, waaronder de verklaring van de verdachte, het relaas van opsporingsambtenaren en een foto van de tekst. De Hoge Raad vond geen reden om het arrest te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. De strafrechtelijke kwalificatie en het oordeel van het hof zijn daarmee definitief.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens opzettelijke belediging van de Koningin wordt bevestigd.

Conclusie

Nr. 11/03064
Mr. Harteveld
Zitting 9 april 2013
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 4 juli 2011 de verdachte wegens "opzettelijke belediging van de Koning"(1) veroordeeld, maar met toepassing van art. 9a Sr geen straf of maatregel opgelegd.
2. Namens de verdachte heeft mr. E. Tamas, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3.1. Het middel klaagt over de verwerping van het verweer dat de verdachte met de term 'Koningin' niet Hare Majesteit de Koningin, maar de koningin van de nacht heeft bedoeld. Voorts wordt geklaagd dat het Hof heeft nagelaten de verwerping van het beroep op de linguïstieke uitingsvrijheid van de verdachte als dichter te motiveren.
3.2. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte aldaar het volgende aangevoerd:
"Ergens in de periode van 1 augustus 2009 tot 14 september 2009 heb ik op de muur van een pand aan de [a-straat] te Zoetermeer met witte verf de tekst "Lang leve de Koningin die kankerhoer" aangebracht. (...) Ik zeg u, de enige koningin van de nacht is een hoer. U houdt mij voor dat deze woorden de eer en goede naam van iemand zouden kunnen aantasten. Dat is juist, maar er staat geen "Hare Majesteit". Er zijn meerdere koninginnen. Mensen die langslopen en niet weten wat ik met mijn teksten bedoel kunnen aanbellen en vragen stellen. Laatst stond er in de krant "koningin van de kaaskoppen". Ik kan mij voorstellen dat meerdere mensen verschillende ideeën over mijn teksten hebben, maar dit is mijn visie. Ik draag gedichten waarin ik het heb over de koningin van de nacht op aan Hare Majesteit. Mijns inziens heb ik niet onrechtmatig gehandeld. Ik heb het Haagse Wilhelmus geschreven. Ik laat zien hoe je kan spelen met de Nederlandse taal."
3.3. Ten laste van de verdachte heeft het Hof bewezenverklaard dat hij zich - kort gezegd - heeft schuldig gemaakt aan opzettelijke belediging van de Koningin, H.M. Beatrix Wilhelmina Armgard, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld door met witte verf de tekst "Lang leve de Koningin die kankerhoer" op een pand aan te brengen. Deze bewezenverklaring heeft het Hof doen steunen op (een deel van) voornoemde verklaring van de verdachte, een relaas van opsporingsambtenaren over het aantreffen van de tekst en een foto van de tekst. Voorts heeft het Hof overwogen dat het een feit van algemene bekendheid is dat met Koningin wordt bedoeld, H.M. Beatrix Wilhelmina Armgard, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld.
3.4. In de bestreden uitspraak ligt als kennelijk oordeel van het Hof besloten dat het Hof het niet aannemelijk acht dat de verdachte met 'Koningin' de koningin van de nacht bedoelde. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en behoefde gelet op de onderbouwing van het verweer geen nadere motivering. Voor het overige geldt dat het Hof hetgeen de verdachte heeft aangevoerd kennelijk niet heeft aangemerkt als een beroep op straffeloosheid in verband met de 'linguïstieke uitingsvrijheid' van de verdachte. Ook dat is gelet op hetgeen is aangevoerd niet onbegrijpelijk.Tot nadere motivering van zijn beslissing omtrent de strafbaarheid van het feit was het hof aldus niet gehouden, meer in het bijzonder niet op grond van art. 358, derde lid van het Wetboek van Strafvordering.
3.5. Het middel faalt.
4. Het middel kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO Pro ontleende motivering. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest behoren te leiden.
5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Het misdrijf van artikel 111 van Pro het Wetboek van Strafrecht heeft het oog op belediging van degene die als Koning regeert, ook indien deze een vrouw is, Kamerstukken II, 1979-1980, 16 032, nr. 1-3, p. 9-10.