ECLI:NL:PHR:2013:CA2292
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing en toetsing van de achtste standaardvoorwaarde bij geruisloze omzetting door buitenlandse belastingplichtige
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, bracht haar aandeel in een Nederlandse vennootschap onder firma geruisloos in een Nederlandse besloten vennootschap in. De inspecteur stelde bij de goedkeuring van deze omzetting een extra voorwaarde, de zogenaamde achtste standaardvoorwaarde, die een conserverende aanslag oplegt ter voorkoming van verlies van belastingclaim op stille reserves en goodwill. De rechtbank oordeelde dat deze voorwaarde terecht werd gesteld, omdat de situatie van belanghebbende verschilde van die van binnenlandse belastingplichtigen die eerst omzetting toepassen en daarna emigreren.
Het hof stelde echter vast dat de achtste standaardvoorwaarde zwaarder is dan de voorwaarden die aan binnenlandse belastingplichtigen worden gesteld, onder meer doordat het betalingsuitstel eindigt bij verplaatsing van de feitelijke leiding van de vennootschap uit Nederland, terwijl dit bij binnenlandse omzetters niet het geval is. Het hof concludeerde dat het stellen van deze bezwarendere voorwaarde zonder objectieve rechtvaardiging in strijd is met de vrijheid van vestiging en artikel 24, lid 2, van het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland.
De staatssecretaris stelde in cassatie dat de voorwaarde gerechtvaardigd is om de belastingclaim te waarborgen en dat de situatie van binnenlandse en buitenlandse omzetters vergelijkbaar is. De conclusie van de advocaat-generaal ondersteunt dat buitenlandse omzetters gelijk behandeld moeten worden als binnenlandse die emigreren, en dat de conserverende aanslag en voorwaarden voor buitenlandse belastingplichtigen indirecte discriminatie opleveren die niet gerechtvaardigd is.
De zaak behandelt uitgebreid de relevante wet- en regelgeving, jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad, en de toepassing van het non-discriminatiebeginsel en de vrijheid van vestiging. De conclusie is dat de achtste standaardvoorwaarde in de huidige vorm niet in overeenstemming is met het EU-recht en het belastingverdrag, en dat de Hoge Raad de zaak zelf kan afdoen door de beschikking van de inspecteur aan te passen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond en wijzigt de beschikking zodat de achtste standaardvoorwaarde niet in strijd is met het EU-recht en het belastingverdrag.