ECLI:NL:PHR:2013:CA1969
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot gedwongen medewerking aan buitengerechtelijk schuldeisersakkoord
In deze zaak heeft de verzoekster tot cassatie geprobeerd twee schuldeisers, Directbank en DSB Bank, te dwingen in te stemmen met een aangeboden buitengerechtelijk schuldeisersakkoord. De schuldenlast bedroeg ruim € 330.000, waarvan de vorderingen van de twee banken respectievelijk € 42.683,78 en € 76.631,23 bedroegen. Verzoekster bood slechts 0,54% van de schuld aan ter regeling.
De rechtbank en het hof wezen de verzoeken af, waarbij het hof benadrukte dat terughoudendheid geboden is bij het opleggen van een schuldregeling aan schuldeisers en dat de schuldenaar een hoge stelplicht heeft om te onderbouwen dat schuldeisers in redelijkheid niet tot weigering konden komen. Verzoekster slaagde er niet in relevante stukken te overleggen die haar standpunt voldoende onderbouwden.
De Hoge Raad bevestigt dat het criterium van redelijkheid en terughoudendheid geldt, ook als schuldeisers niet in rechte verschijnen. De belangenafweging moet zorgvuldig plaatsvinden en alleen onder zeer bijzondere omstandigheden kan een schuldeiser worden gedwongen mee te werken aan een akkoord. De cassatieklachten worden verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest wordt bekrachtigd, waarmee het verzoek tot gedwongen medewerking aan het schuldeisersakkoord wordt afgewezen.