ECLI:NL:PHR:2013:CA1731
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over onteigeningsschadeloosstelling en waardering woning in aanbouw
In deze zaak staat centraal de vraag of de bedrijfsschade van de zonen die het tuinbouwbedrijf voortzetten op onteigende grond van hun vader vergoed moet worden en hoe een woning in aanbouw gewaardeerd dient te worden bij onteigening.
De rechtbank had geoordeeld dat de zoons geen aanspraak kunnen maken op schadeloosstelling omdat zij geen zakelijk recht hebben en er geen financiële relatie met de eigenaar bestaat. De Hoge Raad bevestigt dat de Onteigeningswet geen ruimte biedt voor vergoeding van bedrijfsschade aan feitelijke gebruikers zonder juridische aanspraak, tenzij er een financiële relatie is die dit rechtvaardigt.
Daarnaast gaat het arrest in op de waardering van een woning in aanbouw. De rechtbank had de waarde bepaald naar de toestand bij terinzagelegging van het onteigeningsplan, waarbij alleen de heipalen waren geslagen. De Hoge Raad oordeelt dat het verder afbouwen na terinzagelegging niet als normale of noodzakelijke verandering kan worden beschouwd, tenzij er concrete aanleiding was om de bouw voort te zetten.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden vonnis en verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling, waarbij de waardering van de woning en de schadeloosstelling opnieuw moeten worden beoordeeld in het licht van deze overwegingen.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling.