ECLI:NL:PHR:2013:CA1231
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen voortijdige beëindiging schuldsaneringsregeling
Verzoekster was toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en deze werd op voordracht van de rechter-commissaris voortijdig beëindigd door de rechtbank 's-Gravenhage. Het hof bekrachtigde deze beëindiging en stelde dat verzoekster tekort was geschoten in meerdere verplichtingen uit de regeling, waaronder het niet afdragen van bedragen, onvoldoende sollicitatie-inspanningen, het ontstaan van nieuwe schulden en het zelfstandig aflossen van schulden zonder medeweten van de bewindvoerder.
Het hof benadrukte dat het zelfstandig aflossen van schulden zonder medeweten van de bewindvoerder in strijd is met het fixatiebeginsel en leidt tot benadeling van schuldeisers. Deze grond werd als zelfstandige reden voor beëindiging aangevoerd en niet bestreden in cassatie.
De Procureur-Generaal concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de niet-bestreden grond de beëindiging volledig rechtvaardigt. Hierdoor blijft de beschikking van het hof in stand, ongeacht de bestreden andere gronden.
Het cassatieberoep werd tijdig ingediend maar faalde op ontvankelijkheid, waarmee de voortijdige beëindiging van de schuldsaneringsregeling definitief is bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de voortijdige beëindiging van de schuldsaneringsregeling blijft in stand.