ECLI:NL:PHR:2013:CA0730
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige daad bij intrekking bouwvergunning
Deze zaak betreft een geschil over onrechtmatige daad en schadevergoeding na intrekking van een bouwvergunning voor een bouwkavel. Eisers, erfgenamen van de oorspronkelijke eigenaar, stelden dat de verkoper onrechtmatig heeft gehandeld door hen niet te informeren over het voornemen van de gemeente om de bouwvergunning in te trekken. Het hof oordeelde eerder dat de verkoper onrechtmatig had gehandeld, maar dat eisers onvoldoende hadden gesteld en bewezen dat zij binnen een half jaar conform de bouwvergunning zouden zijn begonnen met bouwen, waardoor geen schadevergoeding toekwam.
Eisers boden bewijs aan door getuigen en deskundigen om hun stellingen te onderbouwen, maar het hof wees dit bewijsaanbod af wegens onvoldoende specificatie en vaagheid over de aard van de te leveren feiten. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat eisers niet aan hun stelplicht hebben voldaan en dat het hof terecht het bewijsaanbod heeft gepasseerd. Daarnaast is vastgesteld dat eisers van plan waren af te wijken van het oorspronkelijke bouwplan, wat hun geloofwaardigheid ondermijnt.
Het cassatieberoep wordt verworpen met toepassing van artikel 81 lid 1 RO Pro. De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De schadevergoeding wordt niet toegewezen omdat het causaal verband tussen de onrechtmatige daad en de vermeende schade niet is aangetoond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofvonnis dat de schadevergoeding afwijst wordt bekrachtigd.