ECLI:NL:PHR:2013:CA0264
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bank tot executoriale verkoop na beslaglegging en uitleg algemene voorwaarden
In deze zaak gaat het om de vraag of de banken onrechtmatig hebben gehandeld door over te gaan tot executoriale verkoop van onroerende zaken van eiser na executoriale beslaglegging door schuldeisers. Eiser had meerdere leningen bij de banken en verstrekte hypotheken op onroerende zaken. Na beslagleggingen door derden zegden de banken de financiering op en lieten zij de onroerende zaken veilen.
Eiser voerde aan dat hij geen betalingsachterstanden had en dat de verkoop onrechtmatig was, mede omdat de onroerende zaken onder marktwaarde waren verkocht. Hij stelde ook dat de banken niet hadden aangetoond dat de beslagleggers aandrongen op executie en dat de banken de overname van de executie niet correct hadden betekend.
De rechtbank en het hof wezen de vorderingen van eiser af. De Hoge Raad bevestigt dat de bank op grond van de algemene voorwaarden en de wet bevoegd was de leningen op te zeggen en over te gaan tot verkoop. Het cassatieberoep faalt omdat de klachten onvoldoende gemotiveerd zijn en het hof zijn oordeel begrijpelijk en voldoende gemotiveerd heeft gegeven. De stellingen van eiser over overwaarde en verkoop onder marktwaarde zijn niet voldoende onderbouwd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de banken waren bevoegd tot executoriale verkoop zonder onrechtmatig te handelen.