ECLI:NL:PHR:2013:BZ8363
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Voortzetting werkgeversbijdrage ziektekostenverzekering voor ge(pensioneerden) ondanks invoering Zorgverzekeringswet
In deze zaak staat centraal of ABN AMRO, als rechtsopvolger van Fortis Bank, gerechtigd is om de jarenlang bestaande regeling van werkgeversbijdrage in de premie van de particuliere ziektekostenverzekering voor ge(pensioneerde) voormalige werknemers af te bouwen na de invoering van de Zorgverzekeringswet per 1 januari 2006.
De voormalige werknemers, die via dagvaardingen hun aanspraken hebben gedaan gelden, baseren hun vorderingen op het beleid en de praktijk van Fortis Bank die jarenlang een bijdrage leverde in de ziektekostenverzekering. De werkgever had dit beleid vastgelegd in de CAO en in een Seniorengids, waarin ook werd vermeld dat wijzigingen mogelijk waren, maar zonder dat dit een onvoorwaardelijk recht op afbouw van de bijdrage inhield.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de regeling een rechtens afdwingbare afspraak vormde en dat ABN AMRO de bijdrage niet eenzijdig mocht afbouwen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de invoering van de Zorgverzekeringswet geen wettelijke verplichting voor ABN AMRO tot betaling van de bijdrage introduceerde, zodat de afbouw van de bijdrage voor ge(pensioneerden) niet gerechtvaardigd is. Ook het argument dat de bijdrage gekoppeld zou zijn aan de CAO werd verworpen, mede omdat dit pas laat in de procedure werd aangevoerd.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van ABN AMRO en bevestigt dat de werkgeversbijdrage ongewijzigd moet worden voortgezet, met inachtneming van de gerechtvaardigde verwachtingen van de ge(pensioneerden).
Uitkomst: Het cassatieberoep van ABN AMRO wordt verworpen en de werkgeversbijdrage aan ge(pensioneerden) moet ongewijzigd worden voortgezet.