ECLI:NL:PHR:2013:BZ8362
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opschortingsrecht en samenhang betalingsverplichtingen bij levering Proply en Carboply
In deze zaak staan geschillen centraal tussen Chamtor S.A. en Carboply B.V. (CBV) over leveringen van de producten 'Proply' en 'Carboply' en de betaling daarvan. Chamtor had de levering van Proply en later ook Carboply aan CBV gestaakt, waarna CBV zich beroept op een verliescompensatieregeling en stelde dat zij facturen mocht opschorten. Chamtor stelde dat zij gerechtigd was tot opschorting wegens onbetaalde facturen.
De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde dat Chamtor gerechtigd was tot opschorting van leveringen wegens onbetaalde facturen en dat het beleveren van afnemers van CBV niet onrechtmatig was. Het hof 's-Gravenhage stelde echter dat Chamtor zich niet op een opschortingsrecht kon beroepen voor het staken van Proply-leveringen en dat het opschorten van leveringen onaanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Het hof oordeelde ook dat CBV geen recht had om betaling van Carboply-facturen op te schorten wegens onvoldoende samenhang met Proply-leveringen.
De Hoge Raad vernietigt het oordeel van het hof voor zover het CBV het opschortingsrecht ontzegt voor Carboply-facturen. De Hoge Raad benadrukt dat er sprake is van voldoende samenhang tussen de leveringen van Proply en Carboply, omdat partijen regelmatig zaken met elkaar deden binnen de joint venture. Het beroep van Chamtor op opschorting van leveringen van Proply faalt, maar CBV had wel het recht om betaling van Carboply-facturen op te schorten. Het arrest verduidelijkt de toepassing van artikel 6:52 BW Pro over opschorting en de vereiste van samenhang tussen verbintenissen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt opschortingsrecht van CBV voor Carboply-facturen wegens voldoende samenhang met Proply-leveringen en verwerpt opschortingsrecht van Chamtor voor Proply-leveringen.