ECLI:NL:PHR:2013:BZ5955
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling valsheid in geschrift bij bijstandsfraude met gebruik auto als inkomen in natura
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld voor valsheid in geschrift in het kader van bijstandsfraude. Verdachte had niet gemeld dat zij de beschikking had over een Mercedes met een nieuwwaarde van circa €40.840,22, terwijl zij deze auto feitelijk en zonder vergoeding gebruikte. Het hof kwalificeerde dit gebruik als inkomen in natura dat gemeld had moeten worden bij de Gemeentelijke Sociale Dienst.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege onrechtmatig handelen rondom geheimhoudersgesprekken die niet tijdig werden vernietigd en onvoldoende werden gecontroleerd. Het hof erkende de vormverzuimen maar oordeelde dat deze niet ernstig genoeg waren om niet-ontvankelijkheid te rechtvaardigen, mede omdat geen aanwijzingen waren dat de inhoud van de gesprekken is gebruikt in het opsporingsonderzoek.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven door het gebruik van de auto als inkomen in natura te beschouwen en dat het oordeel over de geheimhoudersgesprekken niet onbegrijpelijk is. De klacht over het niet melden van het gebruik van de auto faalt, evenals het beroep op niet-ontvankelijkheid wegens de vormverzuimen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor valsheid in geschrift wegens het niet melden van het gebruik van een Mercedes als inkomen in natura.