ECLI:NL:PHR:2013:BZ5900
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt faillietverklaring ondanks tegenvordering en schuldsaneringsverzoek
De zaak betreft een verzoek tot faillietverklaring van een schuldenaar, ingediend door een schuldeiser die betaling vorderde van openstaande schulden, waaronder een schuld aan een gemeente. De schuldenaar betwistte de vorderingen niet, maar stelde een aanzienlijke tegenvordering op de gemeente te hebben en had een verzoek tot schuldhulpverlening ingediend.
De rechtbank wees het faillissementsverzoek af vanwege de afwezigheid van de schuldeiser bij een zitting, maar het hof vernietigde deze beslissing en verklaarde de schuldenaar alsnog failliet. Het hof ging niet in op het verzoek van de schuldenaar om de behandeling aan te houden voor een minnelijk saneringstraject.
In cassatie stelde de schuldenaar dat het hof ten onrechte geen bewijs had verlangd voor zijn tegenvordering en dat het niet had onderkend dat de behandeling geschorst had moeten worden vanwege een verzoek tot schuldsanering. De Hoge Raad oordeelde dat de faillissementsprocedure summier is en voortvarendheid vereist, waarbij de rechter moet afgaan op de feiten en bewijzen die partijen aandragen. Het hof had terecht geen bewijsaanbod verlangd omdat de schuldenaar geen concrete onderbouwing had gegeven.
Verder was er geen verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend vóór de behandeling in hoger beroep, zodat schorsing niet aan de orde was. Ook de klacht over het ontbreken van toestemming van de Deken voor het faillissementsverzoek faalde omdat de gedragsregels voor advocaten een uitzondering maken voor het innen van onbetaalde declaraties, waaronder het aanvragen van faillissement.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de faillietverklaring van de schuldenaar.