ECLI:NL:PHR:2013:BZ5661
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen bindende samenwerkingsovereenkomst door ontbreken wilsovereenstemming tussen Autopride en AAA Groep
In deze zaak stond centraal of partijen, Autopride en AAA Groep, een bindende samenwerkingsovereenkomst waren aangegaan. Partijen hadden in 2006 onderhandeld over een samenwerking waarbij AAA Groep auto's zou kopen en Autopride faciliteiten zou leveren. Hoewel er betalingen en handelingen plaatsvonden, bleken er wezenlijke verschillen in de conceptovereenkomsten, met name over de BTW-verrekening.
De rechtbank wees de vorderingen van Autopride af wegens gebrek aan bewijs van een overeenkomst en oordeelde dat AAA Groep een bedrag van €125.000,- onverschuldigd had betaald. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat geen volledige overeenstemming was bereikt over de samenwerking, mede door tegenstrijdige versies van de overeenkomst en aanvullende geschilpunten.
Autopride stelde in cassatie dat er wel degelijk een voorovereenkomst of rompovereenkomst was gesloten en dat er sprake was van een afdwingbare overeenkomst op onderdelen. De Hoge Raad verwierp deze stelling en benadrukte dat de wilsovereenstemming afhankelijk was gesteld van een definitieve en finale overeenkomst over de gehele samenwerking. Ook de subsidiaire vorderingen van Autopride werden afgewezen omdat ook daarover geen bindende wilsovereenstemming bestond.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof niet onbegrijpelijk had geoordeeld dat geen bindende overeenkomst tot stand was gekomen, en verwierp het cassatieberoep van Autopride.
Uitkomst: Geen bindende samenwerkingsovereenkomst; vorderingen van Autopride afgewezen.