ECLI:NL:PHR:2013:BZ5404

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/01709 J
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 77a SrArt. 77g SrArt. 77h SrArt. 77i SrArt. 110 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
9 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest Hof Arnhem wegens onjuiste toepassing jeugddetentie en onvoldoende motivering onttrekking motorscooter

De verdachte is door het Hof Arnhem veroordeeld wegens overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994, waaronder het rijden zonder verzekering en het ontbreken van een kenteken op een motorscooter. Het Hof legde telkens drie dagen jeugddetentie op en beval onttrekking van de motorscooter aan het verkeer.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad stelde dat het Hof ten onrechte jeugddetentie heeft opgelegd voor deze overtredingen, omdat artikel 77h Sr dit niet toestaat. Tevens bleek uit het justitiële uittreksel niet dat de verdachte eerder onherroepelijk was veroordeeld voor soortgelijke feiten, wat het Hof wel had meegewogen bij de strafoplegging.

Daarnaast was de motivering voor de onttrekking van de motorscooter onvoldoende. Het Hof stelde dat het bezit van de motorscooter in strijd met de wet was, maar dit was niet onderbouwd. Het ontbreken van een kenteken is op zich niet verboden zolang het voertuig zich niet op de weg bevindt.

De Hoge Raad concludeerde dat het arrest vernietigd moet worden voor wat betreft de strafoplegging en de onttrekking aan het verkeer, en verwees de zaak terug naar het Hof of een ander Hof voor hernieuwde berechting en beslissing.

Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Conclusie

12/01709 J
Mr. Vellinga
Zitting: 29 januari 2013
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Arnhem wegens 1. "Overtreding van artikel 110 van Pro de Wegenverkeerswet 1994", 2. "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden" en 3. "Overtreding van artikel 36 eerste Pro lid van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot telkens drie dagen jeugddetentie. Voorts heeft het Hof de onttrekking aan het verkeer bevolen van een motorscooter.
2. Namens verdachte heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Haarlem, drie middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het eerste middel klaagt dat het Hof hoewel het blijkens de aanhaling in zijn arrest van de art. 77a, 77g, 77h en 77i Sr, de bepalingen van jeugdstrafrecht heeft toegepast, aan de verdachte ter zake van de bewezenverklaarde overtredingen jeugddetentie heeft opgelegd.
4. Gelet op het bepaalde in art. 77h Sr is het middel terecht voorgedragen.
5. Het middel slaagt.
6. Het tweede middel klaagt dat anders dan het Hof bij de motivering van de opgelegde vrijheidsstraffen in het bijzonder in aanmerking heeft genomen, niet uit het uittreksel uit de justitiële documentatie blijkt, dat verdachte reeds verschillende keren voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
7. Bij de stukken, die de griffier van het Hof op de voet van het bepaalde in art. 434 lid 1 Sv Pro aan de griffier van de Hoge Raad heeft doen toekomen, bevindt zich een uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 februari 2012. Uit dit uittreksel blijkt wel dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld wegens vermogensmisdrijven, maar niet dat hij ten tijde van de bewezenverklaarde feiten reeds eerder onherroepelijk was veroordeeld wegens feiten soortgelijk aan de bewezenverklaarde overtredingen.
8. Het middel slaagt.
9. Het derde middel klaagt over de ontoereikendheid van de motivering van de onttrekking aan het verkeer.
10. Het Hof heeft aan de onttrekking aan het verkeer van de motorscooter ten grondslag gelegd, dat dat de feiten met betrekking tot dit voorwerp zijn begaan en het ongecontroleerd bezit ervan in strijd is met de wet. Bij gebreke van een nadere motivering valt niet in te zien waarom het bezit van de onderhavige motorscooter in strijd is met de wet. Weliswaar ontbrak op de onderhavige motorscooter het kenteken, maar het bezit van een motorscooter zonder kenteken is niet in strijd met de wet. Ik wijs op het bepaalde in art. 36 lid Pro 1 WVW1994, kort gezegd inhoudende dat voor een motorrijtuig (pas) een kenteken dient te zijn opgegeven indien het zich op de weg bevindt.
11. Het middel slaagt.
12. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de strafoplegging, en in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG