ECLI:NL:PHR:2013:BZ5383
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onvoldoende motivering vreemdelingrechtelijke consequenties
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk gebruik van een niet op zijn naam gesteld reisdocument. Tijdens de procedure stelde de verdediging dat de verdachte onrechtmatig stelselmatig was geobserveerd zonder bevel van de officier van justitie, en dat de strafoplegging onvoldoende rekening hield met vreemdelingrechtelijke consequenties zoals een mogelijke ongewenstverklaring.
Het Hof oordeelde dat de observatie op Schiphol beperkt en niet stelselmatig was, waardoor geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer plaatsvond. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd. Tevens overwoog het Hof dat een eventuele ongewenstverklaring niet ter beoordeling stond en wees het verzoek tot strafvermindering af.
De Hoge Raad stelde echter vast dat het Hof niet voldoende had gemotiveerd waarom het afweek van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat een straf van meer dan een maand tot ongewenstverklaring zou leiden. Daarom vernietigde de Hoge Raad de strafoplegging en verwees de zaak terug voor een nieuwe beslissing over de straf, waarbij het Hof de vreemdelingrechtelijke consequenties adequaat moet betrekken.
De Hoge Raad verwierp het overige cassatieberoep en handhaafde de overige onderdelen van het arrest. De zaak betreft tevens een belangrijke verduidelijking van de toepassing van art. 126g Sv omtrent stelselmatige observatie en de motiveringsplicht bij vreemdelingrechtelijke gevolgen van strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens onvoldoende motivering omtrent vreemdelingrechtelijke consequenties en verwijst de zaak terug voor nieuwe strafoplegging.