ECLI:NL:PHR:2013:BZ5377

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
11/01335
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens denaturering verklaring verdachte bij mishandeling politieambtenaar

De verdachte werd door het Hof te 's-Gravenhage veroordeeld voor mishandeling van een politieambtenaar op 31 mei 2009 te Spijkenisse. Het Hof sprak verdachte vrij van het onderdeel mishandeling door een trap tegen de nek en veroordeelde hem voor het geven van een trap tegen het been, waarbij de politieambtenaar pijn heeft ondervonden.

Verdachte had in eerste aanleg verklaard dat de trap die hij gaf een reflex was en dat hij niet bewust de agent had getrapt. Het Hof heeft deze verklaring echter anders geïnterpreteerd dan de verdachte bedoelde, door de verklaring te gebruiken als bewijs voor de trap tegen het been terwijl verdachte sprak over een trap tegen de nek.

De Hoge Raad oordeelt dat het Hof hiermee een wezenlijk andere betekenis aan de verklaring heeft gegeven dan de verdachte heeft bedoeld, wat niet is toegestaan. Omdat deze verklaring een bekentenis van het bewezenverklaarde schoppen bevat, is de denaturering van de verklaring een schending van het recht op een eerlijk proces.

De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep op basis van de bestaande stukken. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging gevonden.

Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens denaturering van de verklaring van verdachte en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.

Conclusie

Nr. 11/01335
Mr. Vellinga
Zitting: 29 januari 2013
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage wegens "mishandeling" veroordeeld tot een geldboete van € 100,-, subsidiair 2 dagen hechtenis. Voorts heeft het Hof de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard.
2. Namens verdachte heeft mr. J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het Hof verdachtes ter terechtzitting in eerste aanleg afgelegde verklaring heeft gedenatureerd.
4. Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
"hij op of omstreeks 31 mei 2009 te Spijkenisse opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [verbalisant 1], politieambtenaar), (met kracht) heeft getrapt en/of geschopt op/tegen de nek en/of op/tegen het/een been, althans het lichaam, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden."
5. Het Hof heeft in zijn arrest overwogen:
"Anders dan de advocaat-generaal is - naar het oordeel van het hof - op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep ten aanzien van het tenlastegelegde onvoldoende komen vast te staan dat de verdachte de verbalisant [verbalisant 1] met opzet tegen de nek heeft getrapt. De verdachte dient derhalve van dit onderdeel van de tenlastelegging te worden vrijgesproken."
6. Vervolgens is het Hof tot de volgende bewezenverklaring gekomen:
"hij op 31 mei 2009 te Spijkenisse opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [verbalisant 1], politieambtenaar), (met kracht) heeft getrapt tegen het been, waardoor deze pijn heeft ondervonden."
7. Het Hof heeft als bewijsmiddel gebezigd onder meer:
"1. De verklaring van de verdachte
De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 maart 2010 verklaard - zakelijk weergegeven-:
U houdt mij voor waar ik van verdacht word. Het komt in grote lijnen wel met elkaar overeen. Die schop kan kloppen, is een reflex geweest van mij."
8. Verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard voor zover van belang:
"A.
U houdt mij voor waar ik van verdacht wordt. Het komt in grote lijnen wel met elkaar overeen. Die schop kan kloppen, is een reflex geweest van mij.
B.
De agent vroeg mij om een legitimatiebewijs. Ik vond het vreemd en van het een kwam het ander. Ik kreeg klappen van de agent. Ik ben er niet van gediend. Ik heb er weken last van gehad. Nou is de pijn er nog. Ik heb 5 inbraken gehad. Dan bel je, maar ze zijn er niet. Nu zijn ze te vroeg. Ik begrijp het niet dat ze mij een rijverbod wilden opleggen los van de vraag of een inbraak onderzocht moest worden of niet. Voor mijn gevoel had ik niet te veel gedronken om niet te kunnen rijden. Ik heb die meneer niet opzettelijk getrapt. Het is een reflex geweest van de val. Ik heb ook niet opzettelijk gestuiterd. Het is gebeurd. Ik had er zelf ook pijn van in mijn onderrug.
Ik weet niets meer van de trap die ik in het busje gegeven zou hebben. Dat klopt niet. Ik heb niet anders gehandeld omdat er 1900 euro zat in mijn paspoort. Daarom wilde ik het niet afgeven. Als ik het geld kwijt ben, dan kan ik er achter aan. Ik heb het nog nooit meegemaakt dat je je legitimatie moest laten zien op je eigen erf. Als je ze nodig hebt, zijn ze er niet."
9. Verdachtes verklaring ter terechtzitting in eerste aanleg kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan dat de schop waarover de verdachte verklaart en die hij zegt in een reflex gegeven te hebben de schop in de nek betreft waarvan de verdachte door het Hof is vrijgesproken. Van de trap die hij in het busje zou hebben gegeven zegt verdachte immers dat hij daar niets meer van weet.
10. Het Hof heeft verdachtes verklaring dat de schop kan kloppen gebezigd als bewijs voor het feit dat hij de agent tegen het rechterbeen heeft geschopt toen hij in het busje werd gezet. Hierin ligt besloten dat het Hof verdachtes verklaring aldus heeft verstaan dat die betrekking had op de schop die de agent tegen het rechterbeen werd gegeven toen verdachte in het busje werd gezet. Verdachte verklaarde echter over de schop die hij gaf in de nek van de agent. Het Hof heeft aan verdachtes verklaring dus een andere betekenis gegeven dan overeenstemt met de inhoud van diens verklaring. Dat is niet toegestaan.
11. Verdachtes voor het bewijs gebezigde verklaring kan niet worden aangemerkt als van ondergeschikt belang. In de vorm waarin deze door het Hof is gebezigd behelst deze immers een bekentenis van het bewezenverklaarde schoppen.
12. Het middel slaagt.
13. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
14. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG