ECLI:NL:PHR:2013:BZ4115
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inventiviteit en nietigheid Europees octrooi voor escitalopram
De zaak betreft een geschil over het Europese octrooi EP 0.347.066 B1 voor escitalopram, een antidepressivum, waarbij eiseres houdster is van het octrooi en verweersters generieke geneesmiddelenfabrikanten zijn. Het octrooi omvat stofconclusies (1 t/m 5) en werkwijzeconclusies (6 en 7). De verweersters vorderen vernietiging van het octrooi wegens gebrek aan inventiviteit van de stofconclusies en nietigheid van het aanvullende beschermingscertificaat.
Het hof heeft geoordeeld dat de stofconclusies weliswaar nieuw zijn, maar niet inventief, omdat het escitalopram als enantiomeer van het bekende racemaat citalopram geen onverwacht technisch effect oplevert dat inventiviteit rechtvaardigt. De werkwijzeconclusies zijn wel inventief omdat de methode om escitalopram te bereiden nieuw en inventief is. Het hof oordeelde dat absolute stofbescherming alleen wordt verleend indien het product zelf inventief is, en niet alleen op grond van een inventieve werkwijze.
De Hoge Raad toetst dit oordeel en bevestigt dat de beoordeling van de inventiviteit van de stof onafhankelijk van die van de werkwijze moet plaatsvinden. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de stofconclusies niet inventief zijn en dat de werkwijzeconclusies inventief zijn. De Hoge Raad wijst ook op de bewijslastverdeling en het ontbreken van een specifiek bewijsaanbod door eiseres dat op de prioriteitsdatum geen bekende werkwijzen bestonden om escitalopram te verkrijgen. Het incidentele cassatieberoep van verweersters wordt ontvankelijk verklaard. De nietigheid van het octrooi wordt bevestigd en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het octrooi op escitalopram wordt vernietigd wegens gebrek aan inventiviteit van de stofconclusies.