ECLI:NL:PHR:2013:BZ2971
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie tegen beslagrechtelijke verklaring en verrekening nalatenschap
Deze zaak betreft een verklaringsprocedure op grond van artikel 477a Rv over een executoriaal gelegd derdenbeslag ten laste van eiser vanwege een schuld aan zijn broer uit de nalatenschap van hun moeder.
De rechtbank had het beroep van eiser op verrekening gehonoreerd en de waarde van de legitieme portie van de broer vastgesteld op €58.586,-. Het hof wees het beroep op verrekening af en stelde vast dat de vordering van de broer op eiser deze waarde had, waarbij het hof de devolutieve werking van het hoger beroep correct toepaste.
Eiser stelde in cassatie dat het hof onterecht was uitgegaan van de door de rechtbank vastgestelde waarde en dat de vordering van verweerster op de broer 'verzonnen' was. De Hoge Raad verwierp deze middelen, onder meer omdat eiser onvoldoende had onderbouwd dat de berekening van de legitieme portie onjuist was en de Duitse akte geldig was en een executoriale titel vormde.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof de stellingen van eiser in eerste aanleg en hoger beroep juist had beoordeeld en dat de verrekening niet kon worden aangenomen omdat de tegenvorderingen van eiser op de broer waren verjaard. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.