ECLI:NL:PHR:2013:BZ2862
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op compensatie bij langdurige vluchtvertraging volgens EU-verordening
Deze zaak betreft het recht op compensatie van luchtvaartpassagiers bij langdurige vertragingen van vluchten op grond van Verordening (EG) Nr. 261/2004. De Hoge Raad had de procedure aangehouden in afwachting van prejudiciële uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) in de zaken Nelson, TUI Travel en Air France/Folkerts.
Het HvJEU heeft geoordeeld dat passagiers recht hebben op compensatie wanneer zij hun eindbestemming met een vertraging van drie uur of meer bereiken, tenzij de luchtvaartmaatschappij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden die niet voorkomen konden worden ondanks alle redelijke maatregelen. Tevens heeft het HvJEU verduidelijkt dat bij vluchten met aansluitingen de compensatie gebaseerd wordt op de totale vertraging bij aankomst, ongeacht vertragingen bij de afzonderlijke vluchtsegmenten.
Naar aanleiding van deze uitspraken heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van KLM verworpen, omdat KLM geen belang meer had bij de aangevoerde motiveringsklacht en het verzoek tot aanhouding. Hiermee is bevestigd dat passagiers aanspraak kunnen maken op compensatie bij langdurige vertragingen volgens de EU-verordening en jurisprudentie van het HvJEU.
Uitkomst: Het cassatieberoep van KLM wordt verworpen en het recht op compensatie bij langdurige vluchtvertraging wordt bevestigd.