ECLI:NL:PHR:2013:BY7636

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
1 februari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/05195
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 350 FwArt. 351 lid 5 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling

De rechtbank Haarlem heeft op 6 september 2011 het faillissement van verzoeker opgeheven en een schuldsaneringsregeling uitgesproken. Op 10 juli 2012 verzocht de bewindvoerder om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen vanwege schending van verplichtingen door verzoeker en het ontstaan van nieuwe bovenmatige schulden.

De rechtbank heeft op 28 augustus 2012 de regeling tussentijds beëindigd wegens schending van de informatie- en sollicitatieplicht en het niet meewerken aan een doeltreffende uitvoering. Verzoeker was niet verschenen om dit toe te lichten. Het hof Amsterdam heeft dit vonnis op 1 november 2012 bekrachtigd.

Verzoeker kwam tijdig in cassatie, maar de Hoge Raad concludeert dat de klachten over de sollicitatieplicht, het ontstaan van nieuwe schulden en de rol van de bewindvoerder berusten op een onjuiste rechtsopvatting en onvoldoende inzicht in de eisen van de schuldsaneringsprocedure. Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling blijft gehandhaafd.

Conclusie

12/05195
Mr. L. Timmerman
Parket: 14 december 2012
Conclusie inzake:
[Verzoeker]
verzoeker tot cassatie
1. De rechtbank Haarlem heeft bij vonnis van 6 september 2011, in samenspraak met de curator, een verzoekschrift ingediend tot opheffing van het op 12 april 2011 onder nummer 11/186 F uitgesproken faillissement van [verzoeker], voorheen h.o.d.n. Zeven-en-Vijf, onder het gelijktijdig uitspreken van de schuldsaneringsregeling. Op 10 juli 2012 heeft de (waarnemend) bewindvoerder verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen vanwege schending van een of meer voor [verzoeker] uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen en het doen of laten ontstaan van nieuwe bovenmatige schulden.
2. Bij vonnis van 28 augustus 2012 heeft de rechtbank Haarlem de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd wegens schending van de informatie- en de sollicitatieplicht en onthouding van medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling. Daarbij merkte de rechtbank op dat [verzoeker] nieuwe bovenmatige schulden had laten ontstaan. [Verzoeker] was niet ter zitting verschenen om de reden hiervan uit te leggen. In het hiertegen ingestelde hoger beroep heeft het hof Amsterdam bij arrest van 1 november 2012 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Hiervan is [verzoeker] tijdig(1) in cassatie gekomen. De stellingen die in cassatie te berde worden gebracht met betrekking tot de sollicitatieplicht, het ontstaan van nieuwe schulden en de taak van de bewindvoerder getuigen alle van een onjuiste rechtsopvatting (om niet te zeggen: van een gebrek aan (ook maar enig) inzicht in de in het kader van de schuldsaneringsprocedure te stellen eisen). De klachten kunnen dan ook klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden.
3. Conclusie
Ik concludeer tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Bij op 8 november 2012 per fax ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift, derhalve binnen de in art. 351 lid 5 Fw Pro genoemde cassatietermijn van acht dagen.