ECLI:NL:PHR:2013:BY5690
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging programmamaker wegens journalistiek belang bij valsheid in geschrift
De zaak betreft een programmamaker die samen met een medeverdachte een vervalste KLM-personeelspas gebruikte om een beveiligingslek op Schiphol-Oost aan te tonen in een televisiereportage. Het hof oordeelde dat de programmamaker als onderzoeksjournalist handelde met het doel een maatschappelijke misstand aan de kaak te stellen en dat zijn handelen binnen de grenzen van de journalistieke ethiek viel.
Het hof stelde vast dat de strafvervolging een inbreuk vormt op het recht op vrije meningsuiting zoals beschermd door artikel 10 EVRM Pro, maar dat deze inbreuk niet noodzakelijk is in een democratische samenleving, omdat het maatschappelijk belang van het onderzoek zwaarder weegt dan de strafrechtelijke belangen. De programmamaker werd daarom ontslagen van rechtsvervolging op grond van artikel 94 Grondwet Pro.
De advocaat-generaal stelde cassatie in tegen dit oordeel, met name over de proportionaliteit en de actieve betrokkenheid van de programmamaker bij het strafbare feit. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat het hof de juiste maatstaf heeft toegepast en voldoende heeft gemotiveerd waarom geen strafoplegging passend is.
De uitspraak benadrukt dat journalisten in beginsel de strafwet moeten respecteren, maar onder bijzondere omstandigheden strafrechtelijk vervolgd kunnen worden wanneer het plegen van een strafbaar feit noodzakelijk is voor het vervullen van hun journalistieke taak en er geen alternatieven zijn. De zaak bevestigt het belang van de journalistieke vrijheid van nieuwsgaring en de strenge toetsing van beperkingen daarop.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van rechtsvervolging wegens bescherming journalistieke vrijheid onder art. 10 EVRM.