ECLI:NL:PHR:2013:BY4196
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Inzagerecht op verwerkte persoonsgegevens in arbeidsrelatie afgewezen wegens interne notities
In deze zaak verzocht een werknemer op grond van artikel 35 van Pro de Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp) inzage in alle haar betreffende persoonsgegevens die door haar werkgever, ABN AMRO, werden verwerkt. De werkgever weigerde bepaalde interne notities te verstrekken met het beroep op artikel 43 lid 4 onder Pro e Wbp, dat uitzonderingen op het inzagerecht regelt.
De rechtbank wees het verzoek af omdat er geen geschilpunten meer waren na overleg tussen partijen. Het hof vernietigde deze beschikking maar wees alsnog het verzoek af, stellende dat het inzagerecht zich niet uitstrekt tot interne notities die persoonlijke gedachten van medewerkers bevatten en uitsluitend voor intern overleg bestemd zijn. De werknemer stelde in cassatie dat dit oordeel te beperkt was en dat alle gegevens binnen de arbeidsrelatie onder het inzagerecht vallen.
De Hoge Raad bevestigde de jurisprudentie dat het inzagerecht beperkt is tot persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of bestemd zijn om daarin te worden opgenomen. Interne notities die persoonlijke gedachten bevatten en niet voor opname in een bestand bestemd zijn, vallen hier niet onder. Het hof had terecht geoordeeld dat de gevraagde gegevens dergelijke interne correspondentie betroffen en dat het verzoek daarom terecht was afgewezen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot inzage van interne notities is afgewezen omdat deze niet onder het inzagerecht van artikel 35 Wbp vallen.