ECLI:NL:PHR:2013:BW0962
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting intracommunautaire verwerving tandprothesen door tandartsen en tandtechnici
Belanghebbende, een tandartspraktijk, verwierf in 2008 tandprothesen van een Duitse tandtechnicus zonder omzetbelasting te voldoen. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen en boetes op, stellende dat de intracommunautaire verwervingen belast zijn. De Rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de aanslagen.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de vrijstelling voor intracommunautaire verwervingen niet van toepassing is omdat de binnenlandse levering niet in alle gevallen vrijgesteld is, aangezien alleen leveringen door tandartsen en tandtechnici zijn vrijgesteld. Ook stelde hij dat Nederland gebruik maakt van de ruimte in artikel 131 btw Pro-richtlijn om vrijstelling te beperken.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de vrijstelling voor intracommunautaire verwervingen wel geldt indien de levering door tandartsen of tandtechnici is verricht, ook als de lidstaat van levering een afwijkende regeling hanteert. Wel achtte hij het nodig prejudiciële vragen aan het HvJ EU te stellen over de uitleg van de voorwaarden in artikel 140 en Pro 143 van de btw-richtlijn. Tevens wees hij het beroep op artikel 131 btw Pro-richtlijn af.
De zaak betreft complexe btw-vraagstukken rondom de harmonisatie van vrijstellingen binnen de EU, de neutraliteit van de belasting, en de verhouding tussen nationale wetgeving en EU-richtlijnen. De Hoge Raad overweegt de zaak aan te houden in afwachting van het HvJ EU-arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor aan het HvJ EU over de toepassing van de btw-vrijstelling voor intracommunautaire verwervingen van tandprothesen.