ECLI:NL:PHR:2013:971

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
27 augustus 2013
Publicatiedatum
15 oktober 2013
Zaaknummer
12/02007
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen poging zware mishandeling bevestigd door Hoge Raad

De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens medeplegen van poging tot zware mishandeling en kreeg een straf van twee maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 30 uur, te vervangen door 15 dagen hechtenis indien niet naar behoren uitgevoerd.

Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De verdediging voerde aan dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van medeplegen en dat het beroep op noodweer ten onrechte was verworpen. De verdediging stelde dat er verklaringen waren die gunstiger waren voor de verdachte en dat het hof ten onrechte deze verklaringen terzijde had geschoven.

De Hoge Raad oordeelde dat het beoordelen en waarderen van bewijs aan de feitenrechter toekomt en dat cassatie niet de mogelijkheid biedt om deze waardering te herzien. Het hof had op juiste gronden het bewijs beoordeeld en het beroep op noodweer terecht verworpen op basis van de vastgestelde feiten en omstandigheden.

Daarom verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van de verdachte voor medeplegen van poging tot zware mishandeling met de opgelegde straf.

Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; veroordeling voor medeplegen poging zware mishandeling bevestigd.

Conclusie

Nr. 12/02007
Mr. Wortel
Zitting 27 augustus 2013
conclusie inzake:
[verdachte]
1.1 Namens de verdachte is cassatieberoep ingesteld tegen een op 24 november 2011 uitgesproken arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarbij de verdachte wegens 'medeplegen van poging tot zware mishandeling’ is veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en 30 uren werkstraf, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 dagen hechtenis, met bijkomende beslissingen als in het arrest vermeld.
1.2 Namens de verdachte heeft mr. E.A.A. Charry, advocaat te Amsterdam, middelen van cassatie voorgesteld.
2.1 Het
eerste middelklaagt dat het Hof de verdachte ten onrechte heeft aangemerkt als medepleger van de poging tot zware mishandeling van [betrokkene].
Het kan zo zijn dat - zoals in de toelichting wordt betoogd - getuigen wier verklaringen voor het bewijs zijn gebezigd op enig moment in het onderzoek niet voor het bewijs gebezigde afwijkende verklaringen hebben afgelegd die voor de verdachte gunstiger zijn, en dat die verklaringen in de visie van de verdediging veel betrouwbaarder zijn, maar dat is in cassatie geen punt van onderzoek meer. Daarmee zou immers het aan de feitenrechter voorbehouden domein van selectie en waardering van het voorhanden bewijsmateriaal worden betreden. Dat valt buiten de mogelijkheden van de cassatierechter. Voor het overige geldt dat het middel faalt omdat het bewezenverklaarde uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
2.2 Ook het
tweede middel, dat klaagt over de (gedeeltelijke) verwerping van het beroep op noodweer, is tevergeefs voorgesteld. In de toelichting op dit middel wordt eveneens een beroep gedaan op verklaringen die door het Hof terzijde zijn geschoven, zodat ook voor dit middel geldt dat het de selectie- en waarderingsvrijheid van de feitenrechter miskent. Voor het overige geldt dat de verwerping van het beroep op noodweer op grond van de door het Hof vastgestelde feiten en omstandigheid niet getuigt van een onjuiste opvatting en niet onbegrijpelijk is.
Het middel faalt.
3.1 De middelen lenen zich voor toepassing van art. 81 RO Pro.
3.2 Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
wnd A-G