Conclusie
[verdachte]
"Rekening houdende met het hiervoor beschreven belang dat het geschonden voorschrift van artikel 56 van Pro het Wetboek van Strafvordering dient en de ernst van het verzuim, hetwelk mede daaruit bestaan heeft dat verdachte in strijd met het bepaalde in laatstgenoemd artikel in het openbaar is gefouilleerd, zou uitsluiting van de bij het onderzoek aan de kleding aangetroffen verdovende middelen voor het bewijs voor de hand liggend zijn."
"De verdovende middelen zijn evenwel bij het onderzoek aan de kleding van verdachtes medeverdachte aangetroffen. Derhalve kan daar waar het de derde beoordelingsfactor betreft niet betoogd worden dat verdachte door het verzuim rechtstreeks in zijn verdediging is geschaad. Dit laatste is echter niet het enige aspect dat in acht mag worden genomen bij de derde beoordelingsfactor. [G.C.] schrijft in de zesde druk van zijn handboek het Nederlandse strafprocesrecht (Deventer, 2008) op blz. 713 dat strafprocessuele regels niet alleen geschreven zijn ter bescherming van de individuele verdachte. "Zij hebben een wijdere betekenis, " aldus [G. C.J. Teneinde het belang dat de rechtbank hecht aan correct strafvorderlijk optreden, te onderstrepen zal de rechtbank, mede in het licht van de overigens geconstateerde onrechtmatige staandehouding en de samenhang van de zaak van verdachte met die van zijn medeverdachte, waarin de rechtbank eveneens tot een bewijsuitsluiting komt, de resultaten van het onderzoek aan de kleding van verdachtes medeverdachte uitsluiten voor het bewijs. Nu, zoals overwogen, de resultaten van de daarna gevolgde doorzoeking het voornamelijke gevolg zijn van het onrechtmatige onderzoek, zullen ook deze resultaten als fruits of the poisonous tree worden uitgesloten voor het bewijs."