ECLI:NL:PHR:2013:900
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens voldoende gemotiveerde voorbedachte raad
In deze zaak heeft de advocaat van de verdachte een middel van cassatie voorgesteld tegen de bewezenverklaarde voorbedachte raad. Het hof had vastgesteld dat de verdachte met het voornemen om het slachtoffer te doden op pad ging, gewapend met een groot mes verborgen in een dikke jas. Na een eerste steek in de rug van het slachtoffer ontstond een worsteling waarbij het slachtoffer smeekte om genade, waarna de verdachte doorging met steken totdat het slachtoffer met circa 34 steekwonden werd aangetroffen.
Het hof concludeerde dat de verdachte gedurende enige tijd de gelegenheid had zich te beraden en niet in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling handelde. Dit oordeel werd als toereikend gemotiveerd en niet onbegrijpelijk beoordeeld door de Hoge Raad, die ook oordeelde dat de verklaring van de verdachte voldoende werd ondersteund door andere onderzoeksbevindingen.
Op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het middel evident tevergeefs was voorgesteld. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekte tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens voldoende gemotiveerde bewezenverklaring van voorbedachte raad.