Conclusie
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
Het Gerechtshof te Arnhem heeft verdachte veroordeeld voor diefstal van een portemonnee met pinpas en poging tot diefstal met valse sleutels, en een gevangenisstraf van zes weken opgelegd. Tevens werd een schadevergoeding van €186,55 toegewezen aan de benadeelde partij. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld.
De Hoge Raad beoordeelde het middel dat zich richtte tegen de motivering van het bewezenverklaarde feit diefstal van de portemonnee met pinpas. De bewijsmiddelen bestonden uit de aangifte van verlies van de portemonnee met pinpas, aangifte van diefstal van €750, en camerabeelden waarop verdachte te zien is bij het pinnen met de pinpas van de benadeelde.
De Hoge Raad oordeelde dat uit deze bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte de portemonnee daadwerkelijk heeft gestolen. Het enkel in bezit zijn van de pinpas en het gebruik daarvan bewijst niet de diefstal van de portemonnee zelf. De verklaring van de benadeelde dat zij de portemonnee kwijt was, is onvoldoende bewijs voor diefstal. Het middel slaagt daarom en het arrest wordt vernietigd voor zover het het onder 1 bewezenverklaarde feit en de strafoplegging betreft.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs diefstal portemonnee.