Conclusie
Feiten en procesverloop
( [2] ):
2.Bespreking van het cassatieberoep
( [3] )
“Dat er nog inkomstenbelasting zou moeten worden betaald en dat er ook een schuld rekening courant is, was duidelijk toen partijen het echtscheidingsconvenant aangingen.”Is het voldoende begrijpelijk dat het hof
op basis hiervande wetenschap van de vrouw van de schulden heeft aangenomen? De geciteerde passage is door het hof aldus opgevat dat het ook
voor de vrouwten tijde van het tekenen van het echtscheidingsconvenant duidelijk was dat er nog inkomstenbelasting zou moeten worden betaald en dat er ook nog een rekening-courant schuld was. Dat staat echter in de passage niet met zoveel woorden. In de volgende volzin wordt opgemerkt dat [de vrouw] dan ook van mening is dat [de man]
“hiervan –(van het bestaan van de schulden) –
op de hoogte was danwel op de hoogte zou kunnen zijn en dat hij bij de afwikkeling van de boedelscheiding hiermee rekening is gehouden danwel rekening had moeten worden gehouden.”Daarop volgt in § 8 de stelling van de vrouw dat zij van de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2003, die [de man] op 6 oktober 2006 toegezonden kreeg, niet op de hoogte was. In appel poneert de vrouw ook stellingen waarvan de strekking is dat zij vóór en bij het ondertekenen van het echtscheidingsconvenant geen kennis had van de belastingschulden en de rekening-courant schuld
( [4] ).
( [5] ),heeft opgevat als door de man bestreden.
de ‘state of mind’ van de man.De man heeft gesteld en de rechtbank heeft – (in appel niet bestreden) – aangenomen dat hij bij het sluiten van het convenant ervan is uitgegaan dat de schulden door de accountant in het convenant waren verdisconteerd.
de hoedanigheid van partijen bij het tot stand komen van het convenant en de wijze waarop dat is gebeurd.De man is advocaat; hij beschikte derhalve over de vereiste juridische kennis. Bovendien had hij toegang tot alle relevante informatie en droeg kennis van de in geschil zijnde schulden. Voor de vrouw geldt een en ander niet. De man heeft voor het tot stand komen van het convenant zorg gedragen. Hij heeft daarbij de hulp ingeroepen van een kantoorgenoot en van de accountant van het advocatenkantoor. Eventuele fouten van laatstgenoemde moeten voor rekening van de man blijven.
de onderlinge samenhang van de afspraken in het convenant.Het convenant hield een ‘package deal’ in en wel in die zin dat de vrouw van haar partneralimentatie afstand deed en haar aandeel in de onderneming van de man prijs gaf in ruil voor een bedrag van € 120.000,- tegen finale kwijting.
( [6] ), ruimte om te oordelen (a) dat de vrouw, zoals als onbestreden ook voor de man is aan te nemen, heeft gemeend en mogen menen dat bij het opmaken van het convenant met de in geschil zijnde belastingschulden rekening is gehouden en wel bij het bepalen van het aan de vrouw uit te keren bedrag van € 120.000,- en (b) dat de man aan deze bij de vrouw ontstane mening gebonden is te achten. Het feit dat van de in geschil zijnde belastingschulden in het convenant geen melding wordt gemaakt en het feit dat het voorstel van de accountant onduidelijk was en de accountant bij het overleg met de vrouw de schulden niet heeft genoemd, verhinderen niet en in ieder geval niet zonder meer om aldus te oordelen. Immers, bij de door de vrouw gestelde omstandigheden, die er op neer komen enerzijds dat het initiatief voor het opzetten van het convenant bij de man lag, hij als advocaat over de hiervoor vereiste deskundigheid bezat, zich bovendien liet bijstaan door een kantoorgenoot/advocaat en de accountant van zijn kantoor, zelf toegang had tot de relevante informatie waaronder de belastingschulden die geen schulden vormen, waarvan niet te verwachten is dat zij wel eens over het hoofd kunnen worden gezien, en anderzijds dat de vrouw op het betrokken gebied een leek was en noch van de man noch van diens accountant informatie over de belastingschulden verkreeg, is het voorstelbaar dat de vrouw erop heeft vertrouwd en ook erop heeft mogen vertrouwen dat bij het opzetten en uitwerken van het aan de vrouw voorgelegde convenant met relevante schulden als de belasting-schulden rekening is gehouden in het kader van de berekening van het bedrag dat haar toekwam wegens overbedeling van de man en, naar de vrouw stelt, haar algehele afstand van partneralimentatie. Genoemde omstandigheden, nogmaals indien zij voor juist zijn te houden, kunnen evenzeer rechtvaardigen dat het bij de vrouw gerezen vertrouwen in die zin beschermd wordt dat de belastingschulden in de verhouding tot haar niet kunnen worden opgevat als schulden waarvoor in het kader van het convenant geen regeling is getroffen, maar hebben te gelden als schulden die geheel door de man zijn te dragen. De omstandigheden die genoemd vertrouwen bij de vrouw hebben gewekt, liggen immers goeddeels in de risicosfeer van de man.