ECLI:NL:PHR:2013:753
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens bezit vervalst reisdocument tijdens asielprocedure
De aanvraagster werd bij onherroepelijk vonnis van de politierechter veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens het bezit van een vervalst reisdocument bij haar inreis in Nederland op 30 december 2008. Zij verzocht om herziening van dit vonnis op grond van het feit dat zij op 9 januari 2009 een asielaanvraag deed en dat deze op 23 mei 2011 werd ingewilligd, waardoor zij onder de bescherming van artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag zou vallen en het openbaar ministerie geen recht had haar te vervolgen.
Uit nader onderzoek bleek dat soortgelijke zaken van medereizigers in hoger beroep werden beëindigd wegens niet-ontvankelijkheid van het OM op grond van artikel 31 VV Pro. Echter, deze uitspraken konden niet als nieuw gegeven in de zin van artikel 457 lid 1 Sv Pro worden aangemerkt. De Hoge Raad overwoog dat de politierechter reeds bekend was met feiten die een aanzienlijke kans op een dergelijke uitkomst inhielden en dat het feit van de verleende verblijfsvergunning een bijkomstigheid was, geen nieuw gegeven.
De conclusie is dat het verzoek tot herziening feitelijk een termijnloos hoger beroep betreft tegen een betwiste uitspraak, waarvoor het herzieningsmiddel niet is bedoeld. Een gratieverzoek zou meer passend zijn. De Hoge Raad acht het verzoek daarom ongegrond en wijst het af.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen en de veroordeling blijft gehandhaafd.