ECLI:NL:PHR:2013:75
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-naleving consignatieplicht
In deze zaak heeft de Hoge Raad beoordeeld of de veroordeelde ontvankelijk is in haar cassatieberoep tegen een eerdere veroordeling. Volgens artikel 575 lid 3 van Pro het Wetboek van Strafvordering is een veroordeelde in cassatie slechts ontvankelijk indien vooraf het nog verschuldigde bedrag en alle griffiekosten zijn voldaan door consignatie.
De Hoge Raad heeft bij tussenbeschikking van 9 oktober 2012 de veroordeelde in de gelegenheid gesteld alsnog binnen een termijn van 14 dagen na schriftelijke aanmaning van de griffie van de Rechtbank Utrecht het bedrag te consigneren. Uit de processtukken blijkt dat de veroordeelde niet heeft voldaan aan deze verplichting, ondanks meerdere aanmaningen op 6 maart 2013 en 22 april 2013.
De griffie van de Hoge Raad ontving geen betaling binnen de gestelde termijnen. Hierdoor is de veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring, waarmee het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: De veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens niet-naleving van de consignatieplicht.