Conclusie
- In eerste aanleg is de verdediging op tegenspraak gevoerd met een daartoe gevolmachtigde raadsman, mr. A.C. Vingerling. De inleidende dagvaarding is rechtsgeldig doch niet in persoon betekend, verdachte heeft geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.
- Ter terechtzitting in hoger beroep op 18 april 2011 is verdachte evenmin verschenen. Van hem staat in het desbetreffende proces-verbaal als adres in Duitsland vermeld: [a-straat 1] te Dortmund. Dit betreft het door verdachte opgegeven adres van zijn ouders. De verdediging is op die terechtzitting door de daartoe gevolmachtigde raadsman mr. Vingerling gevoerd. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 18 april 2011 houdt voor zover hier van belang het volgende in:
- Het Hof heeft bij tussenarrest van 2 mei 2011 het onderzoek heropend, omdat het Hof niet uitsloot dat aan de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 28 april 2011 in de zaak C61-11 van Italië tegen H. el Dridi argumenten konden worden ontleend voor de beoordeling van de onderhavige zaak en partijen in de gelegenheid dienden te worden gesteld hun zienswijzen daarop kenbaar te maken.
- Op 20 juni 2011 heeft het Hof het onderzoek van de terechtzitting van 18 april 2011 hervat. Van verdachte zijn inmiddels (sinds het tussenarrest) twee adressen in Duitsland bekend. Verdachte noch zijn raadsman is ter terechtzitting verschenen. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 juni 2011 houdt voor zover hier van belang het volgende in:
- de geïntegreerde foto aan de voor- en achterzijde op deze identiteitskaart was aangebracht in een afwijkende techniek ten opzichte van voorhanden zijnde specimen van een identiteitskaart van dit model en
- de thans zichtbare variabele gegevens zijn aangebracht na verwijdering van eerder aldaar aangebrachte gegevens en
- bij controle van de machineleesbare zone de berekende waarden van de in de onderste regel vermelde controlegetallen niet overeenkwamen met de waarden, zoals die behoren te zijn na een gestandaardiseerde berekening, die is vastgelegd in Document 9303 van de International Civil Aviation Organization;
- de geïntegreerde foto aan de voorzijde op dit rijbewijs was aangebracht in een afwijkende techniek ten opzichte van voorhanden zijnde specimen van een rijbewijs van dit model en
- de thans zichtbare variabele gegevens zijn aangebracht na verwijdering van eerder aldaar aangebrachte gegevens;
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
Op te leggen straf
- bij aanvang van de verhoren is telkens aan de verdachte gevraagd of hij er problemen mee had dat het verhoor plaatsvond in de Nederlandse taal. De verdachte heeft deze vragen telkens ontkennend beantwoord. Ook heeft de verdachte telkens verklaard dat hij begreep dat hij niet tot antwoorden verplicht was;
- twee van de drie verhoren hebben plaatsgevonden nadat verdachte door een raadsman is bezocht;
- verdachte heeft verklaard dat hij in 2007 naar Nederland is gekomen en hij verblijft (pas) vanaf februari 2010 niet meer in Nederland.
- gesteld noch gebleken is dat verdachte in Nederland tot ongewenst vreemdeling is verklaard, zodat hij op die grond niet hoefde te vrezen strafrechtelijk vervolgd te worden als hij Nederland opnieuw zou binnenkomen, terwijl evenmin is gebleken van andere, soortgelijke, beletselen om naar Nederland te komen met het oog op de uitoefening van zijn aanwezigheidsrecht;
- mocht het al anders zijn dan had verdachte, al dan niet door tussenkomst van zijn raadsman, het openbaar ministerie om een laissez-passer kunnen vragen, maar niet is gesteld of gebleken dat een dergelijk verzoek zijdens de verdachte is gedaan; daarbij merkt het Hof nog - ten overvloede - op dat verdachte zich hierbij ook had kunnen beroepen op de bij de schorsing van de voorlopige hechtenis gestelde voorwaarde dat hij steeds gevolg zal geven aan een oproep zijdens politie of justitie;
- van verdachte mag verwacht worden, nu het hoger beroep namens hem is ingesteld, op grond waarvan uitgegaan mag worden van de waarschijnlijkheid dat hij prijs stelt op berechting op tegenspraak, dat hij de in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke maatregelen neemt om te voorkomen dat de appeldagvaarding hem niet bereikt of de inhoud daarvan niet te zijner kennis komt; en
- uit de mededeling van verdachtes raadsman bij aanvang van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, dat hij geen contact meer heeft met de verdachte, moet worden afgeleid dat verdachte ook voor zijn raadsman niet (meer) bereikbaar is.