Conclusie
eerste middelklaagt dat het Hof in strijd met hetgeen het Hof in het arrest heeft vastgesteld omtrent de op 20 september 2010 door de getuige [betrokkene 1] tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring, deze verklaring tot het bewijs van het onder 1 ten laste gelegde heeft gebezigd, zodat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed.
“Partiële vrijspraak
Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde (Venezuela)
“Invoer van cocaïne in Nederland
tweede middel, dat eveneens met een bewijsklacht tegen het onder 1 bewezen verklaarde opkomt, geen bespreking behoeft. Mocht Uw Raad daar anders over denken, dan ben ik gaarne bereid tot een aanvullende conclusie in dat verband.
derde middelklaagt dat uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen niet, althans niet zonder meer, kan volgen dat verzoeker (dan wel één van zijn mededaders) op 18 oktober 2006 ongeveer 20,45 kilogram cocaïne heeft verkocht, zoals onder 3 is bewezen verklaard, zodat deze bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed.
verkoopvan deze hoeveelheid zou blijken.
vierde middelklaagt dat de berechting van verzoeker in cassatie niet plaatsvindt binnen de redelijke termijn waarop verzoeker ex art. 6 EVRM Pro aanspraak mag maken, nu tussen het instellen van het cassatieberoep en de ontvangst van de stukken door de Hoge Raad meer dan acht maanden is verstreken.