ECLI:NL:PHR:2013:531

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 mei 2013
Publicatiedatum
27 augustus 2013
Zaaknummer
12/03860
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van meervoudige kwalificatie bij openlijke geweldpleging tegen personen en goederen

Verdachte is door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld wegens openlijke geweldpleging tegen personen en goederen, gepleegd op 6 februari 2009 te Eindhoven. Het hof kwalificeerde de verschillende geweldshandelingen tegen politieambtenaren en politiepaarden als twee afzonderlijke strafbare feiten met toepassing van artikel 57 Sr Pro.

In cassatie werd aangevoerd dat de kwalificatie en strafoplegging onvoldoende zijn gemotiveerd en dat het bewezenverklaarde slechts één strafbaar feit zou vormen, omdat de verschillende geweldshandelingen samen één verstoring van de openbare orde vormen. De advocaat-generaal bespreekt twee benaderingen: één waarbij de optelsom van geweldshandelingen één overtreding oplevert, en een andere waarbij onderscheid wordt gemaakt op grond van verschillende fysieke gedragingen en beschermde rechtsgoederen.

De Hoge Raad bevestigt het feitelijke oordeel van het hof dat er onderscheid kan worden gemaakt tussen geweld tegen personen en tegen goederen, waardoor artikel 57 Sr Pro toepasselijk is. Het middel faalt omdat dit oordeel niet onbegrijpelijk is en er geen nadere toetsing in cassatie mogelijk is. Ook de lagere strafmaat maakt dat verdachte niet in zijn belangen is geschaad.

De conclusie van de advocaat-generaal is om het cassatieberoep te verwerpen, en de Hoge Raad volgt dit advies. Er is geen aanleiding om ambtshalve de bestreden uitspraak te vernietigen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de meervoudige kwalificatie van openlijke geweldpleging tegen personen en goederen.

Conclusie

Nr. 12/03860
Zitting: 21 mei 2013
Mr. Vegter
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch bij arrest van 28 december 2011 wegens “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen” en “openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen” veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
2. Deze zaak hangt samen met de zaak [medeverdachte] (12/03873), waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens verdachte heeft mr. C.A.D. Oomes, advocaat te Waalre, beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel behelst de klacht dat de kwalificatiebeslissing en de strafoplegging onvoldoende met redenen zijn omkleed, nu het Hof ten onrechte het bewezen verklaarde als twee verschillende strafbare feiten heeft gekwalificeerd.
5. Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij op 6 februari 2009 te Eindhoven met anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats en/of op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen:
- personen, te weten politieambtenaren, welk geweld bestond uit het opdringen en (op)duwen en slaan en schoppen naar en in de richting van en/of tegen die politieambtenaren en het gooien met stenen en takken en/of andere voorwerpen in de richting van en/of tegen die politieambtenaren en
- goederen, te weten een of meer politiepaarden, welk geweld bestond uit het met stenen en takken en/of andere voorwerpen gooien naar dat/die politiepaard(en) en het schoppen in de richting van en/of tegen dat/die politiepaard(en).”
6. Het Hof heeft het bewezenverklaarde met toepassing van artikel 57 Sr Pro gekwalificeerd als “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen” en “openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen”.
7. Mijn ambtgenoot Knigge heeft betoogd dat de constructie van artikel 141 Sr Pro als openbare orde-delict impliceert dat de optelsom van de verschillende geweldshandelingen de openbare orde verstorende openlijke geweldpleging vormt. Deze afzonderlijke geweldshandelingen binnen een en dezelfde verstoring van de openbare orde leveren samen slechts één overtreding van artikel 141 Sr Pro op. [1] De steller van het middel meent dat er gelet op dit standpunt van Knigge ook in de onderhavige zaak sprake is van één overtreding van artikel 141 Sr Pro.
8. In de literatuur is er nog een andere benadering. Daarbij wordt het verschil gezocht door de vraag te beantwoorden of er sprake is van verschillende fysieke gedragingen. [2] Het komt er dan op aan of het geweld tegen personen en dat tegen goederen afzonderlijke gedragingen vormen. Een steen naar een agent gooien en vervolgens met een stok een paard slaan resulteert dan in meerdaadse samenloop. Het wordt lastiger als er een steen wordt gegooid in de richting van agenten en paarden. Dan is er slechts één en dezelfde fysieke gedraging. In beide voorbeelden is het door de strafbepaling beschermde rechtsgoed natuurlijk de openbare orde, maar ook voor wat betreft het rechtsgoed is er een accentverschil. Immers, de steen naar een persoon brengt de fysieke integriteit van de agent in gevaar, terwijl de steen naar het paard onder meer een aantasting van eigendom kan betekenen. Mijn indruk is dat deze benadering in de praktijk bepaald niet ongebruikelijk is [3] en deze benadering lijkt mij goed verdedigbaar. Op deze benadering borduur ik daarom verder voort.
9. Door toepassing te geven aan artikel 57 Sr Pro heeft het Hof kennelijk geoordeeld dat er (in ieder geval voor een deel van het gooien en slaan) onderscheid is te maken tussen de geweldshandelingen tegen de agenten en de geweldshandelingen tegen de paarden. Dat is een feitelijk oordeel en het is niet onbegrijpelijk. Voor nadere toetsing van dat oordeel is in cassatie geen ruimte. Het middel faalt derhalve.
10. Ten overvloede wijs ik er op dat ook de opvatting van Knigge verdachte niet kan baten. Immers, hoewel het niet toepassen van artikel 57 Sr Pro weliswaar tot een lager strafmaximum leidt, hoeft dit niet tot cassatie te leiden, nu het Hof slechts een fractie van deze maximumstraf heeft opgelegd. Toepassing van artikel 57 Sr Pro heeft hier niet mede de hoogte van de opgelegde werkstraf bepaald. Verdachte is aldus niet in zijn belangen geschaad. [4] De Hoge Raad zou dus in deze benadering zelf de kwalificatie van het bewezenverklaarde kunnen verbeteren en bepalen dat artikel 57 Sr Pro niet van toepassing is.
11. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
12. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Conclusie van advocaat-generaal mr. Knigge, i.h.b. paragraaf 10, onder HR 12 oktober 2010, LJN BM2474, NJ 2010/560.
2.W. Wedzinga, Openlijke geweldpleging, Arnhem 1992, p. 190.
3.Vgl. bijvoorbeeld Rb. ‘s-Hertogenbosch 3 december 2008, LJN BG5647 en LJN BG5648; Rb. Utrecht 23 november 2009, LJN BK4204; Rb. Maastricht 21 december 2012, LJN BY7107 en LJN BY7109; Hof ’s-Gravenhage 8 februari 2008, LJN BC3874 en Hof ’s-Gravenhage 6 februari 2012, LJN BV3488.
4.Vgl. HR 11 februari 2003, LJN AF1938, NJ 2003/262, r.o. 4.4.